CD - MARCO VAN OS

Quest

tekst: Storm Bakker




Toegegeven: we hadden enige voorkennis, kenden sommige stukken al van de tekentafel en hoorden fragmenten in een vroegtijdig stadium… Maar dan, het eindproduct in handen te hebben en uitvoerig en ongestoord te beluisteren, is toch een gebeurtenis op zich. We luisteren naar de plaat in de auto, notabene in het bijzijn van een van de deelnemende musici, maar alsof het onze eerste keer is, alsof we al die spelers niet kennen, gewoon onbevangen, neutraal en tabula rasa. Daarna thuis over de audio-installatie en met koptelefoon via de streaming diensten, nog eens en nog eens. We hebben het over 'QUEST', het nieuwe album van Marco van Os.

Welluidend

Elke keer is het na amper 30 minuten alweer gedaan. Dat is aan de korte kant, maar eerlijk is eerlijk: dat heb je nauwelijks door als je er naar luistert. En dat zegt wat. De plaat heeft, net als bijvoorbeeld een album van Steve Reich of Blue Nile, een soort tijdloze uitwerking. Bassist/componist Van Os, wiens vorige album met de nadrukkelijk aanwezige toetsenist Jeroen van Helsdingen alweer dateert uit 2014, werkte aan deze soloplaat in alle rust en in zijn eigen tempo. In zijn eigen woorden: “Mijn composities zijn mijmeringen en vergezichten: melodische landschappen en harmonische sferen, geïnspireerd door de omgeving uit mijn jeugd in Eemland en ’t Gooi." Het resultaat mag er wezen. De bijna stichtelijke contemplatie en zucht naar eenvoud, is vertaald naar een welluidende suite van zes tracks, prachtig gemixt en gemasterd in eigen beheer.

Vergezichten

Ten opzichte van de moderne tijd lijkt alles enigszins vertraagd, teruggebracht naar de tempi van de oude dichters met de hoge hoeden, dichtende rijen ondenkbaar, ijle populieren, als hooge pluimen aan den einder staan; en in de geweldige ruimte verzonken de boerderijen verspreid door het land, boomgroepen, dorpen, geknotte torens, kerken en olmen in een grootsch verband. (Marsman). De EP ‘Quest’ klinkt in plaats van luidruchtig en flitsend, zacht en ingetogen. De muziek zoekt de weg naar binnen, naar het tijdloze innerlijk. Zij luistert als een goed boek, niet per sé spannend, eerder verfijnd en verdiepend, berustend bijna, waarbij de melodie als een bedwelmende voice over alle aandrang verlamt, en moederlijk met een klontje boter en desnoods een kluitje in het riet, het zware gemoed onthaast en doet snurken, door ellenlang uit te wijden over uitgestrekte polders en onbewoonde eilanden, draden van herinneringen en flarden van het grijze verleden. Dit is voorbij melancholie, voorbij nostalgie zelfs, als terugvloeiend in de moederschoot, verzinkend in de Koele Meren des Doods. Al soezende, de werkelijkheid slechts nog als een dunne streep in de verte ontwarend, zien we een blauwgroen silhouet verrijzen in het midden van de kamer. Alleen de grote slinger van de Friese staartklok klinkt nog, gestaag tikkend in de sluimer en griesmeel, temidden van de mistige dreven van Eemland en 't Gooi, waar de dagen en nachten al eeuwen in elkaar overlopen.

Rust

Van Os is een multi-instrumentalist (behalve bas en contrabas speelt hij allerhande toetsen, percussie en gitaar) met een hang naar het harmonieuze, en een kennelijke afkeer van verontrustende dissonanten en buitenissige kweerstanden. Wat dat betreft is hij klip en klaar beïnvloed door de zachtaardige dromers uit de ECM stal, rustige meesters als Pat Metheny, Lyle Mays, Ralph Towner, Jan Garbarek en Bill Frisell. Naar eigen zeggen ontdekte hij 'Corus' van Eberhard Weber eerst na de release van 'Quest', maar men zou zweren dat dat album al veel eerder tot Van Os’ favorieten moet hebben behoord. Alle medespelers op Quest lijken op grond van die criteria door Van Os geselecteerd: het zijn stuk voor stuk rustige vogels, die beheerst en ruimtelijk met het materiaal omspringen. Het zijn bovendien allemaal persoonlijke vrienden van Marco.

After The Storm

Het openingsstuk ‘After The Storm’, naar verluidt geen tribute maar een verwerkingsproces van de odd meter vriendschap met keyboardist Stormvogel, is meteen een van onze favoriete stukken. De octatoniek is vervangen door zuivere majeur gevoelens en er wordt uitvoerig gemijmerd door de vrienden van het Metropole Orkest, Leo Janssen (sopraansax) en Peter Tiehuis (gitaar). Een pluim voor het summiere slagwerk van Janco van der Kaaden en Marco van Os zelf, die middels impressionistisch schilderwerk met kwasten op een cajon de 13-delige Balkan groove tot de uiterste essentie weet terug te brengen.

Quest, Morning Song en Marije

De titelsong 'Quest' is dromerige minimal music, met zo nu en dan een wijds accent, geschikt voor een documentaire, wederom met Tiehuis op gitaar, nu met de inzichtelijke Arno van Nieuwenhuize op drums. Mooie klanken tovert Gerben Klein Willink uit zijn flugelhorn. 'Morning Song' is een breekbare ballad met jazz harmonieën, en een warm uitro dat niet zou misstaan op een album van Pat Metheny en Lyle Mays. Op dit moment zal de liefhebber van ProgJazz bediend willen worden met een stevige up tempo track, maar niets is minder waar in het ontwapende idioom van Marco van Os. Er wordt vervolgd met een softe bossa nova, thematisch veelzeggend uitgevoerd door meester-trompettist Ruud Breuls, gelardeerd met zwoele strijkers (gespeeld door Arjen de Graaf, gearrangeerd door Reyer Zwart). Er is geen vuiltje aan de lucht. De oude zemelaar draagt het zwoele nummertje op aan zijn vrouw. Het is derhalve getiteld 'Marije'.

Vertigo

Dan volgt het licht orchestrale ‘Vertigo’, dat zich als filmmuziek aan ons geestesoog voltrekt, met pianopingels en uitwaaierende akkoordprogressies, prachtige flarden fjordenjazz van saxofonist Leo Janssen en meesterlijke Metheny picking door Van Os zelf, en ja, in de verte, zachte ijle vrouwenstemmen. Ofschoon het nergens naartoe gaat is het prachtige muziek, die wat ons betreft nog uren mag doorklinken en compositorisch nog verder uitgewerkt. In feite is deze track het belangrijkste stuk op de plaat, waarmee Van Os een tip van de sluier van van zijn compositorische vermogens optilt. De band, die eigenlijk geen band is (want Van Os speelt alle instrumenten behalve de drums, die door Arno van Nieuwenhuize worden beroerd), klinkt op deze track in optima forma.

It never ends

Met het slotstuk ‘It Never Ends’ lijkt Van Os zijn plaat op de valreep over de grens van de kitsch te duwen. Het is echter volkomen gemeend en eerlijk, gewoon uit liefde voor functionele harmonie en de vertrouwde veiligheid van open deuren. Hij speelt het thema (een knipoog naar Garry Willis?) op zijn contrabas, waar hij dit vroeger op zijn fretloze basgitaar deed. Het laatste heeft onze voorkeur. Hoedanook: zijn spel wordt gelardeerd met integer jazzpianowerk door zijn broer Hugo van Os (een adept van Barry Harris); het knappe strijkerswerk is wederom van Arjen de Graaf, nu gearrangeerd door Van Os zelf en het geheel is voorzien van smaakvolle bekkens door drummer Rowin Tettero.

Kortom, een mooie zeer welluidende plaat, die voorziet in de behoefte van de rustige luisteraar, liefhebber van functionele harmonie en sfeervolle soli. Wij van ProgJazz hopen dat het steviger fusion werk dat dit half uur durende album niet gehaald heeft maar ongetwijfeld in Van Os' koker zit, op de volgende plaat alsnog een plaats krijgt.


[PJ_©STAB]