CD - Kika Sprangers Large Ensemble (#2)

Human Traits | ZenneZ Records 2019

text: Robin Boer

Debuut

Twee jaar na het verschijnen van het mini-album 'Leaves of Lily' (gezien de lengte van 38 minuten doet de benaming 'EP' deze schijf tekort) waarop drie live nummers en twee studio-tracks te horen waren van zowel het Large Ensemble als het Quintet, hebben we eindelijk het echte studio-debuut in handen van het Kika Sprangers Large Ensemble, getiteld 'Human Traits’.

De release mag gerust 'langverwacht' worden genoemd, want de afgelopen twee jaar heeft de saxofonist flink uitgepakt met diverse liveoptredens in binnen- en buitenland, in verschillende bezettingen, waarbij zij en haar musici indruk hebben gemaakt op pers en publiek. Het Large Ensemble bestaat uit een totaal van elf musici die allen een gelijkwaardige rol krijgen, zonder dat er ook maar iemand domineert. Het concept achter deze plaat is dat elk stuk (los van de vier interludes) refereert aan een persoon, waarvan het gelaat in het cd-boekje staat afgebeeld. Sprangers heeft zich bij het componeren laten inspireren door deze persoonlijke portretten (gemaakt door Karin van Gilst) en deze lardering met fotografie geeft het project 'Human Traits' een extra artistiek cachet.

[1] Cecile

De plaat trapt af met een up-tempo stuk dat direct enorm swingt. Na een motief op Wurlitzer (door Koen Schalkwijk) brengt zangeres Anna Serierse unisono met de trompet van Koen Smits (Mudita) en harmonische ondersteuning van Romain Bly (op French Horn) een schitterende complexe, woordloze melodie. Sanne Rambags (Mudita, Under The Surface) en Marit van der Lei (Marit van der Lei Nextet) verzorgen een prachtig achtergrondkoor en al snel horen we de sopraansax van Kika aanvangen met een uitgebreide, lyrische solo. Schalkwijk lost haar direct af met een smaakvolle solo op de Wurlitzer. De compositie lijkt te eindigen, maar er volgt nog een mooie coda (*) in 7/8, vol verve gedrumd door Willem Romers en voorzien van dromerige blaaspartijen, waarover de drie zangeressen in volle glorie een al even indrukwekkende melodie presenteren. De toon is direct gezet.

(*) musici spreken steevast van het coda, maar het woord is vrouwelijk

[2] Ravi

Dat we geen eenvoudige kost te verstouwen krijgen, wordt nog even extra duidelijk gemaakt in het stuk 'Ravi', dat ingeleid wordt door dreigende pianoklanken en saxofoon. Ook hier weer veel mooie akkoordprogressies en verrassende tooncombinaties. De muziek wordt ook hier aangevuld door de drie stemmen en tot de laatste seconde blijft het mysterieus, spannend en duister. Het indrukwekkende zangmoment op 3:06 doet onze gedachten kort afdwalen naar Offering, het akoestische project van de Franse musicus/componist Christian Vander (Magma).

[3] Interlude 1

De eerste van de 4 interludes op deze CD start met staccato spel van de basklarinet (Emilio Tritto), hoorn en trompet. Laatstgenoemde (Koen Smits) pakt hier de hoge noten, waardoor veel spanning ontstaat en we haast te maken lijken te hebben met filmmuziek a la l'Ascenseur pour l'Échafaud (Miles Davis). Ook hier weer extra kleur dankzij de prachtige meerstemmige bijdragen van Rambags, Van der Lei en Serierse.

[4] Pelle

Na twee avontuurlijke, lichtjes onwennige stukken keren we weer terug naar het licht. 'Pelle' start met een wonderschone melodie op de sopraansaxofoon die heel mooi kleurt bij het piano- en contrabasspel. Fluitist Remi J. Edson trakteert op een bijzonder virtuoze en euforische solo, waarna Sprangers nog met een eigen solo volgt, en het stuk besluit met de hoofdmelodie. Wij beschouwen 'Pelle' als een van de fraaiste momenten op deze CD.

[5] Interlude 2

De tweede interlude geeft het podium aan Koen Schalkwijk, die fungeert als een begaafd architect met zijn veelzijdige arsenaal aan akkoorden, kort daarna voorzien van vrij drumwerk door Romers en onverstaanbare, nijdige en scherpe klanken van het vocale trio, alsof we naar een ruzie aan het luisteren zijn.

[6] Zera

'Zera' voelt in onze beleving min of meer aan als het begin van de rest van het album, want waar de voorgaande stukken geheel los van elkaar lijken te opereren, lijkt zich nu een muzikale rode draad te ontwikkelen die zich vervolgt door de stukken die hierna volgen. Het stuk is grotendeels in 5/8 en bevat een knap arrangement van zangharmonie, blaasaccenten en thematiek. Het warme en strakke spel van bassist Alessandro Fongaro komt hier goed naar voren, niet in de laatste plaats in de vorm van een ritmische solo. Een passage van pure melancholie brengt ons in vervoering. Marit van der Lei en Koen Schalkwijk leiden deze passage in met melodie vol drama, die mooi kleurt in combinatie met de onderliggende hoornpartij. De muziek wordt opzwepender en dramatischer en Van Der Lei improviseert er op los. Van een 6/8 ritmiek glijden we terug in de 5/8, wederom sterk geaccentueerd door de blazers, voorzien van afsluitende thematiek. Knappe en afwisselende compositie.

[7] Interlude 3

De derde en korte interlude brengt ons weer even terug in de duistere sferen die we al in 'Ravi' en de twee vorige interludes ervoeren.

[8] Jakob

'Jakob' sluit naadloos aan op 'Interlude 3' en borduurt voort op het melancholische karakter van 'Zera', zij het in een iets vaster kader. Het geheel wordt ook hier weer kundig geïllustreerd door knap getimede vocalen die zich iedere paar seconden lijken uit te bouwen tot grotere climaxen. Maar opeens valt alles stil en horen we alleen nog Sanne Rambags in een passage die qua karakter doet denken aan de muziek van het trio 'Under the Surface' (met Joost Lijbaart en Bram Stadhouders). De versatiliteit en intensiteit van haar stem en expressie komt hier weer perfect tot uiting. De vrije passage loopt naadloos over in vastere ritmiek, waarna een pianosolo volgt. Het laatste woord van 'Jakob' is van Sprangers zelf, die zich op sopraansax nogmaals profileert als een meer dan vaardige speler. Dit nummer zit boordevol details die zich iedere luisterbeurt steeds meer prijsgeven. De solo an sich maakt al veel indruk, maar wat er zich op hetzelfde moment op vocaal en instrumentaal vlak afspeelt is minstens zo fantastisch. De climax laat ons ademloos achter.

[9] Ronja

Het vrije, percussieve intro van 'Ronja' geeft wat adempauze. Dromerige zang (wat een gouden greep om dit trio zo'n prominente rol te geven in deze muziek) en keyboards geven de passage vorm. Beheerst komt het bas- en blaaswerk erbij, wat voor een organische voortgang zorgt en uitmondt in een vast ritme en een (ook hier weer) zeer fraai thema dat wordt geleid door de zang en omlijst door de rest van het ensemble. Koen Schalkwijk verricht hier topwerk in de vorm van een solo op de Wurlitzer waar een heel mooi distortion-randje op zit. Een welkome aanvulling op het toch al rijk klinkende ensemble. Ook Koen Smits pakt hier zijn ruimte met een mooi, zwoel geluid en hij zet een sfeervolle, karakteristieke trompetsolo neer. Het is genieten aan de lopende band. De daaropvolgende solo op saxofoon had wat ons betreft nog wel iets langer mogen duren, maar er wordt gekozen voor een ingetogen afsluiting waar we behalve van Sprangers ook genieten van Fongaro's puntige contrabasspel. 'Ronja' wordt besloten met een terugkeer van het fraaie zangthema.

[10] Interlude 4

De vierde en laatste interlude is zeer ritmisch. Het lijkt bijna of Van der Lei hier klinkt als een bonkende tabla, vergezeld door fluit, percussie en Rambags en Serierse, die voor de hogere noten zorgen. Het duurt slechts een minuut maar wij ervaren het als een idee dat naar meer smaakt en hopelijk later een vervolg krijgt.

[11] Frank

Waar de vijf voorgaande stukken echt aanvoelen als een doorlopende suite, staat 'Frank' in onze beleving weer wat meer op zichzelf. Het heeft een wat meer compacte vorm wordt gekaderd door onnavolgbare melodielijnen, met in het centrum ruimte voor pianospel en een korte doch fraaie drumsolo. Knap hoe Romers hier heel beheerst drumt zonder te verzinken in vrijblijvendheid. De duizelingwekkende inval van de zang op 04:03 is op zijn zachtst gezegd verbluffend knap te noemen, om nog maar te zwijgen van het vervolg: Sprangers speelt de uiterste complexe zangpartij (van een kaliber dat je gerust aan Anna Serierse kan overlaten) mee, waarbij opvalt hoe mooi het geluid van de sopraansax kleurt met de stem.

[12] Lumen

Lumen voelt aan als een soort epiloog. De vele minuten aan diversiteit, sfeer, emoties en virtuositeit nog verwerkend, is de 'storm' gaan liggen en kunnen we ontspannen de laatste vier minuten genieten van slepende architectuur, met in de hoofdrol de blazerssectie die alles kundig illustreert. Van de zoemend lage basklarinet tot aan de lyrische hoge tonen van de fluit, ritselende percussie en Kika Sprangers in het midden, leidend op saxofoon. Met gesloten ogen ondergaan we de slotseconden van 'Human Traits'.

Oordeel

Dat Kika Sprangers met dit ensemble en haar composities niet gekozen heeft voor de hapklare, toegankelijke weg, is op zijn minst al bijzonder prijzenswaardig. Het album blinkt uit in eigenzinnigheid, inspiratie, dynamiek, spanning en vooral balans. Waar de eerste vijf nummers wat onafhankelijker van elkaar en van de rest aanvoelen, komt het album bij nummer zes echt volledig tot bloei, waarbij er veel op je afkomt en iedere luistersessie steeds meer van het consistente geheel prijsgeeft. IJzersterk debuut!


[PJ_©RB]

Lees ook Storm Bakker's review over dit album op ProgJazz (klik). Eerdere ProgJazz artikelen over Kika Sprangers (review Amersfoort jazz 2019 door Robin Boer / review UJazz Fest 2018 door Storm Bakker)



foto: Karin van Gilst



New Place Always