Peter Lieberom's Sticky Wicked ft. Ron Powell

Donderdag 30 mei | 't Nonnetje, Amersfoort

Tekst: Storm Bakker

Beeld: Peter Putters


’t Nonnetje in Amersfoort is één van die horecagelegenheden waar men nog steeds regelmatig op goede live muziek wordt getrakteerd, soms gewoon zelfs het verdoemde genre jazzrock/fusion door Nederlandse topmusici. Donderdag 30 mei j.l., Hemelvaart, stond tenor saxofonist Peter Lieberom er met zijn band Sticky Wicked, bestaande uit Peter van Breukelen (bass), Remco van der Sluis (drums), Steven Hupkens (keys) en gelegenheidsgitarist Peter Tiehuis (gitaar). Tot grote verrassing had Lieberom de in Nederland verblijvende percussionist Ron Powell overgehaald om mee te doen.

Ron Powell

Om met laatstgenoemde te beginnen: Powell is een percussionist van de buitencategorie die tourde met Frank Sinatra, Wayne Shorter, Herbie Hancock, The Commodores, Freddie Hubbard, Tania Maria, Al Jarreau, Sergio Mendes, Gloria Estefan, Paquito d’Rivera, Stevie Wonder, George Duke, Donna Summer, Santana, Earth, Wind & Fire en Diana Ross alsmede -een mens moet ook eten- met de orkesten van Madonna, Ricky Martin en Latoya Jackson. Zie de schier eindeloze lijst op zijn website om ten volle te beseffen, hoe goed, bekend en ervaren deze congaspeler is, terecht "considered as one of the best in the business". De man werd al waargenomen tijdens het Amersfoort Jazz festival en bewonderend aangewezen door Nippy Noya, zelf toch ook een congaspeler met een faam die reikt tot ver buiten onze landsgrenzen. En afgelopen donderdag speelde deze grootheid op het kleine podium van ’t Nonnetje, vlak achter Tiehuis ingebouwd door drie conga’s en een rek met chimes en half moon tambourines. Zichtbaar genietend van van zijn kompanen on stage, gaf hij -diep in de tweede set- een lange high energy solo waarop iedereen hoopte, een eindeloos geroffel vol culminerende accenten en opzwepende tegenaccenten, genadeloze congaslagen waar de vonken vanaf vlogen. Het publiek, dat zo nog meer in vervoering werd gebracht dan het al was, verloor allengs alle beheersing en beloonde de Amerikaan met beestachtig gejuich.


Ron Powell w/ Peter Lieberom Sticky Wicked, Amersfoort, The Netherlands © Peter Putters | ProgJazz.nl

De band...

Geïnspireerd door het gespierde fenomeen Powell liet de rest van de band zich niet onbetuigd. Invaller Peter Tiehuis is een alleskunner en onderscheidde zich in Sticky Wicked met avontuurlijke soli, of het nu modaal moet of over de vorm, altijd handig en welluidend, ogenschijnlijk rustig steeds maar laverend en de juiste afslagen nemend, maar achter de schermen van dit zichtbare toneel hardwerekend, in opperste concentratie luisterend en intuitief wikkend en wegend. het is een wonder dat Tiehuis dit 5 dagen in de week doet, 24/7, en nog steeds de energie heeft om 's avonds laat naar huis te rijden. Bassist Peter van Breukelen is uit een ander archetypisch hout gesneden. Hij blijft het liefst op de achtergrond, met zijn duim, bijna ongemerkt zorgend voor een vette ondergrond, zo diep, dat het lijkt of hij alles een octaaf lager speelt dan de doorsnee bassist. Toetsenist Steven Hupkens, deze keer staand achter de onvermijdelijke schijn-rhodes van Nord, is niet echt een dansmarieke, maar hij strooide waar het kon achteloos met meesterlijke vocodersounds. Lieberom kondigde dat bij wijze van grap aan als onzekerheid over zijn zangkunsten, maar dat is faluw. Vocoderen is gewoon veel mooier dan kale vocalen, het is een kunst en een vak apart, rondzingers liggen altijd op de loer. Steven's neus krulde dan ook, toen we hem na afloop complimenteerden. We complimenteerden ook Jeroen van 't Nonnetje met het lekker zaalgeluid dat hij weer uit zijn tafel toverde. Het is altijd aan de stevige kant in de kleine ruimte, maar vanavond nergens over de grens en qua balans zo in orde, dat de sound verkwikkend was, heerlijk helder, pissend hoog en bonkend laag.

Remco van der Sluis

In het geheel speelde drummer Remco van der Sluis natuurlijk een rol van belang. Hij is een geval apart. Vanwege Focale Dystonie heeft hij een geheel eigen drumtechniek ontwikkeld, waarbij hij de riyad bekkens bespeelt met de traditionele grip, palm facing up, maar met de duim omhoog (vergelijkbaar met de Aziatische penhoudergreep van tafeltennis). Bovendien heeft hij zijn kit in een aangepaste opstelling opgesteld zodat hij niet overlangs zijn armen hoeft te kruisen. Van der Sluis koppelt een heerlijke drive aan een crispy sound en grossiert in gewaagde last minute fills die hij op meesterlijke wijze lardeert met ghost notes. Hij klikte dan ook met Ron Powell, blijkens vurige wisselwerking bekroond met een gulle lach. We hadden Van der Sluis vorig jaar al meegemaakt in Artishock, maar het was heerlijk om zijn geïnspireerde en inspirerende spel eens van zo dichtbij mee te maken. Benieuwd ook, naar wat hij nog meer doet.

Peter Lieberom

En dan bandleider Peter Lieberom zelf, de saxofonist die wij zo goed kennen. De doorgaans zeer bedachtzame tenormeester, die qua techniek en theorie zijn gelijke niet kent, had voor de gelegenheid ook het laatste restje Lieberomse scrupules maar thuisgelaten. Met duizelingwekkende snelheid vloog hij op de nummers aan, klassiekers uit de fusiontraditie van onder meer Cobham, Shorter, Hancock, Scofield en Azymuth die hij als een predator zijn prooi, stuk voor stuk uit elkaar trok. We hebben hem op geen fout kunnen betrappen, maar proefden ook speelplezier en gedurfde capriolen. Ook collega Leo Janssen (eerste tenorist van het Metropole, die afgelopen week Lieberom naast zich in de orkestbak wist), stond vol bewondering toe te kijken en te luisteren. “Hij overtreft zichzelf,” aldus de aimabele Limburger, “en zijn sound is echt supergoed.” En dat alles op tenor, terwijl Lieberom ook op de sopraan een meester is. “Dat ga ik binnenkort weer doen”, aldus Lieberom zelf. "Ik ben lange tijd niet als sopranist gevraagd, en het is wel een instrument dat je bij moet houden. Maar ik heb de liefde voor het instrument weer opgevat, dus een comeback van mijn sopraan is aanstaande!” Het bewijst maar weer eens, hoe serieus Lieberom is als het over de edele kunst van het musiceren gaat. Wij kennen hem niet anders. Als jongeling was hij al vol onbegrip, wanneer "mensen" de schoonheid van bepaalde muziek niet erkenden, maar zich daarentegen wel overgaven aan platvloerse driften. Dat is onveranderd, lijkt alleen maar erger geworden. Soms wordt hij daarin een tikkeltje belerend, als hij zijn publiek toespreekt. Niet nodig en eigenlijk zonde van de tijd; wij staan toch ook in de zaal? En in plaats daarvan had hij een extra chorus 32sten kunnen pompen.


[PJ_©STAB]