Soft Machine

DE BOERDERIJ, ZOETERMEER
Zaterdag 30 november 2019
tekst: Storm Bakker
beeld: Monica Duffels

Vorig weekeinde streek de iconische formatie Soft Machine weer eens neer in de Lage landen. Voor wie dat niet weet: Soft Machine vormde met Nucleus en Caravan de kopgroep van de zogeheten Canterbury Scene, ook wel omschreven als "a loosely-defined, improvisationional style which blended elements of jazz, rock, and psychedelia" (wikipedia). ProgArchives omschrijft Soft machine als een groep "at the cutting edge of many music genres, including the early progressive and psychedelic rock scene and then the burgeoning jazz rock and fusion scene." Tot grote tevredenheid van de liefhebbers tourt Soft Machine (net als andere legendarische supergroepen van die leeftijd zoals Magma en King Crimson), onverdroten voort. En net als die grote broers, brengen de oude heren van Soft Machine daarbij veel van het oorspronkelijke materiaal ten gehore. Op 29 november werd Paradox in Tilburg aangedaan en op 30 november De Boerderij in Zoetermeer. ProgJazz was erbij.

Legacy

Soft Machine trad aan in de kwartetformatie waarmee in 2017/2018 het album 'Hidden Details' werd opgenomen (zie de review elders op deze website). Drie van de vier spelers waren al lid van Soft Machine in het begin van de jaren '70, met name in de jaren na het vertrek van drummer/zanger Robert Wyatt en de komst van de dominante Karl Jenkins (Nucleus), toen de filosofische Mike Ratledge het enig overgebleven bandlid uit de jaren '60 was. Nieuwe drummer werd John Marshall, die voor de zware taak stond de charismatische Robert Wyatt te vervangen, en bassist Roy Babbington, die al eerder eens op contrabas had meegedaan, was de vervanger van Hugh Hopper. Gitarist John Etheridge, een student kunstgeschiedenis, kwam in de band op aanraden van Allan Holdsworth (*) die hij verving. Met dergelijke virtuozen aan boord neigde de band gedurende de jaren 1972-1978, meer naar instrumentele jazzfusion en werd het pad van de free jazz rock en psychedelia verlaten. Eind jaren '70, na het illustere 'Alive & Well: Recorded in Paris' (met medewerking van onze vriend van Gong/Magma, Francis Linon), viel de groep uit elkaar vanwege muzikale conflicten (vooral met Karl Jenkins, maar vermoedelijk ook met Mike Ratledge, aldus Dave Lynch bron). Onze ProgJazz-redacteur Robin Boer, met wie wij de alras vollopende zaal betreden, stelt evenwel met grote zekerheid: "Ratledge was al eerder uit de band. Gedurende 'Alive and Well' was hij al weg. Hij hielp nog wat met synth programming hier en daar. De breuk ontstond door het feit dat ze nog maar weinig optredens kregen en het financieel niet meer haalbaar was voor de musici om het er als liefdadigheid bij te doen. Ik baseer me op de liner notes van de 2cd editie van Alive & Well door Sid Smith, 2010."


Post-Karl Jenkins periode

De 'Softers' bleven daarna door de jaren heen steeds weer opduiken in bijzondere reünie-formaties, soms ook met Allan Holdsworth, de immer op doorreis zijnde gitarist die inmiddels wereldfaam had gegenereerd (*). Zo kwam in het begin van de 21ste eeuw de band weer bij elkaar, toen onder de naam Soft Machine Legacy, waarin bassist van het eerste uur Hugh Hopper weer terugkeerde en na diens overlijden Roy Babbington, evenals saxofonist Elton Dean, na wiens overlijden een uitnodiging op de mat viel bij saxofonist Theo Travis van The Tangent en Gong (in feite de Franse exponent van The Canterbury Scene). Aldus vormde zich door natuurlijke selectie de huidige bezetting, het kwartet van eminente grijsaards dat wij in De Boerderij mochten bewonderen.

John Etheridge

De huidige Soft Machine wordt aangevoerd door gitarist John Etheridge, die de combinatie van dromerige akkoorden en vingervlugge soli tot zijn corps business heeft gemaakt, dermate eigenzinnig dat het geen zin heeft vergelijkingen te maken. In de Boerderij had hij als droge spreekstalmeester de lach aan zijn kont hangen. Ook de lange veelbetekende adempauze werd door hem benut als stijlmiddel. Hij slaakte een diepe, veelzeggende zucht bij het jaartal 1975 en nam er de tijd voor, het besef bij het publiek ten volle in te laten dalen dat het stond te luisteren naar bejaarde progrockers. 45 jaar lief en leed, zij het met een hiaat van 20 jaar, omdat er toch ook gewerkt moest worden, brood op tafel en huur betaald, aldus Etheridge met een Britse tongue in cheek. Het legde tegelijk de naakte waarheid bloot dat de pioniers van Soft Machine nooit de vruchten hebben geplukt van hun baanbrekende werk, naar verluidt, omdat de band zich nooit geconformeerd heeft aan de industrie, en zichzelf ophief toen dat dreigde te gebeuren. Er zou dus in die halve eeuw niets aan de strijkstok zijn blijven hangen, althans - niet voor Etheridge, want Karl Jenkins werd na zijn bewind over Soft Machine geridderd en gelauwerd en voor zijn toegepaste composities rijkelijk beloond. En echt aan de bedelstaf zal Etheridge niet geraakt zijn: hij speelde met Stéphane Grappelli, Yehudi Menuhin, Nigel Kennedy, Arild Andersen, John Williams, Andy Summers en Hawkwind.

Originals

Soft Machine is trouw aan het concept en zogeheten jazzfusion-repertoire van de post-Wyatt-periode. De band speelde in de Boerderij weer een paar golden oldies, nevens de bekende stukken uit het 'Hidden Details'-repertoire. Daarbij werden gecomponeerde passages afgewisseld met totaal vrije. Het is die typische sound en opvatting die Soft Machine het ultieme toonbeeld maakt van ProgJazz. John Etheridge is een originele componist, al lijkt hij met het nummer 'Hidden Details' een zweem van John McLaughlin's 'The Dance of Maya' te hebben willen pakken (vergelijk / vergelijk). De band speelde ook een aantal stukken van Mike Ratledge waaronder 'The Man Who Waved at Trains'. Jammer eigenlijk, dat de toetsenist niet mee op tour gaat.

John Marshall

"Actually, we are now a much better band,” grapte Etheridge, mijmerend over de lange tijdspanne dat Soft Machine bestaat. Misschien bedoelt hij nuchterder en rustiger, want de veteranen zijn uiteraard een stuk strammer en morsiger dan toen ze stijf van de jaren '70 als een warm mes door de progjazzboter sneden. De slijtage in dit technisch en conditioeel veeleisende genre doet vaak bij drummers het eerst opgeld, blijkens bijvoorbeeld Lenny White, Billy Cobham, Dennis Chambers, Pierre van de Linden en Christian Vander, die vooral overeind blijven door hun wilskracht, inzicht en unieke ingevingen en geniale oprispingen. Zo ook John Marshall, de energieke groover pur sang van weleer, nu een maarschalk van Dad's Army, die zo nu en dan leek te kampen met krampen. Het zij hem vergeven, omwille van zijn grote verdiensten voor de jazzrock sinds hij met Nucleus de Montreux Fitst Prize ophaalde in 1970 en kleur gaf aan een keur van artiesten als Pat Smythe, John McLaughlin, John Williams, Kenny Wheeler, John Abercrombie, Jack Bruce, Arild Andersen en Gil Evans. Hij was ook de drummer van Jesus Christ Superstar (1970) en van Charlie Mariano, Philip Catherine & Jasper van 't Hof (Pork Pie) in 1975. Het is voor ons van ProgJazz, die al deze platen grijsgedraaid in de kast hebben staan, gewoon een hoogtepunt des levens om op een steenworp van Sir Marshall te mogen verkeren en hem dan ook nog eens mee te maken als drummer. Zijn intro op de klassieker 'Hazard Profile' (het laatste stuk van de avond) had veel weg van zijn even geïnspireerde als inspirerende rol in de band van Holdsworth/Smythe in 1974. Warme rillingen, overstromend hart, opwellende tranen.

Encore

Zonder van het podium af te gaan en weer op te komen (dat moesten we er zelf maar even bij denken vond Etheridge) gaven de oudjes nog een toegift: een lekkere hippie twist, bestaande uit een handvol dromerige akkoorden over een lome groove. Een hoofdrol was nog even weggelegd voor de fluit met subtiele effecten, gespeeld door Theo Travis, die vanavond al voortdurend een sterke indruk maakte, met zijn intuïtieve, persoonlijke speelstijl op diverse saxofoons. Met het toegift leken Etheridge en de zijnen de tournee daadwerkelijk ten ruste te leggen. Maar nee, nog een keer trapte de gitarist plotseling zijn pedalen aan en zette zijn volume op 10. Een duizelingwekkende solo, zijn beste van de avond, die drummer Marshall deed ontwaken en inspireerde om zijn kameraad na te jagen en te achterhalen, ontaardend in een ouderwets duel voor gitaar en drums. Ook Babbington liet zich van zijn beste kant horen, vooral als hij de diepte in ging met een randje fuzz, zoals in Zeuhl gebruikelijk. De hele band klonk aldus voortreffelijk.

Na afloop, zoals gebruikeleijk afpilsend in het Boerderij Cafe, werd er over het concert voldaan gezwegen. ProgJazz-redacteur en Soft Machine-kenner Robin Boer zette desgevraagd wat puntjes op onze kennis van de band. Het was gewoon precies wat we verwachtten van de helden van Canterbury.


[PJ_©STAB]


(*) Allan Holdsworth

De Britse gitarist Allan Holdsworth brak in 1972 door in de Britse jazzrock-scene als gitarist van Nucleus, Pat Smythe (video), Soft Machine (video), Gong, Bruford (video) en UK. Hij stootte (net als land- en regiogenoot John McLaughlin) in 1975 door naar de jazzrock-band New Lifetime van drummer Tony Williams en in Jean Luc Ponty's Enigmatic Ocean. Hij veroverde daarna de wereld met zijn eigen IOU in verschillende bezettingen (onder meer met Alan Pasqua, Gary Husband, Chad Wackerman, Vinny Colaiuta, Paul Williams, Jeff Berlin, Jimmy Johnson, Steve Hunt, Kirk Covington, Jimmy Haslip, Gary Novak) en met Billy Cobham, Didier Lockwood en David Sancious vormde hij de superband 'A Gathering of Minds' (Live at Montreux in 1982), Holdsworth werd op het schild gehesen als de nieuwe Lord Shredder, die dat ambacht verrijkte met "fast legato techniques such as slides, hammer-ons and pull-offs (the latter being a personalised method more akin to a 'reversed' hammer-on), all of which produce a fluid lead sound" (wikipedia), melodische ontginningen en harmonisch vernuft, gekoppeld aan een buitenaardse sound die meer doet denken aan electrische uilleann pipes dan aan een snaarinstrument. "One of the most interesting guys on guitar on the planet", aldus Frank Zappa; "The John Coltrane of the guitar", aldus Robben Ford. Geestig, want de saxofonist was zijn grootste invloed. Holdsworth trad met zijn vriend Gary Husband toe tot Level 42 (1989-1991); hij speelde verder nog met Tempest (Jon Hiseman), Planet X, Frank Gambale en Dweezil Zappa.