Moshulu

Cultuurpodium De Boerderij, Zoetermeer
Donderdag 18 juli 2019
tekst: Storm Bakker (met dank aan Robin en Hans Boer)
beeld: Storm Bakker / fotografie: Marcel Boshuizen (De Boerderij)



Van alle podia in Nederland zijn er nog maar een stuk of vier, die anno 2019 op het hoogste niveau progrock en jazzrock durven programmeren. Van die avontuurlijke venues is Cultuurpodium De Boerderij de meest voortvarende. Grote namen uit het genre strijken er neer, waaronder Adrian Belew, Flower Kings, Mike Stern, Stanley Clarke, Magma en onze eigen Kayak en Akkerman. Fantastische concerten beleefden wij er de afgelopen jaren, in een gemoedelijke entourage van gedreven medewerkers, waar de liefde voor het progressieve rockgenre voelbaar aanwezig is. In het aanpalende café-gedeelte is het altijd goed toeven, met clips op groot scherm, een goed getapt biertje (dat overigens betaalbaar is) en de heerlijke snuisterijen van Dapur Mama, die helaas pas vanaf 19:30 uur serveert. Voorwaar: een paradijs voor freaks als wij! Maar niet altijd is de geboden muziek op het scherpst van de snede. Zo stelde slagwerk-fenomeen Steve Gadd vorig jaar enigszins teleur en opereerden gisteren de zogeheten "muzieklegendes" van het kollektief Moshulu op het randje van slaapverwekkend. Tekenend: er werd geen encore gevraagd door het publiek, toch een soort gangbare traditie in De Boerderij. De artiesten namen het beleefdheidsapplaus gelaten in ontvangst en begaven zich naar de coulissen en vandaar naar de publieke ruimte, in de hoop nog wat gesigneerde albums te verkopen.

Een riff met een verhaal

Uit verveling praatten wij van ProgJazz, op de terugweg in de auto, nog even na over het laatste nummer van de avond, het enige up-tempo stuk in het repertoire, kennelijk bedoeld als uitsmijter. Als kapstok fungeerde daarbij de unisono One Phone Call-riff van Miles Davis, bekend van de openingstrack van diens album 'You're Under Arrest' (1985). Dit is een riff met een verhaal, hetgeen wij -om de tijd te doden tussen Zoetermeer en Utrecht- elkaar nog maar eens uit de doeken doen. De riff is oorspronkelijk afkomstig van Sly Stone’s ‘Sing a Simple Song’ (1968), de B-kant van de hitsingle 'Everyday People', en werd daarna een soort estafette signature in de rockgeschiedenis, gecovered en gesampeld door een lange sliert van artiesten, van Diana Ross en The Commodores tot de Backstreet Boys en Spice Girls.

Jack Johnson

Één van de eersten die het lijntje oppikte was Jimi Hendrix vlak voor zijn dood met zijn 'Band of Gypsys' (live, 1969/1970). Miles Davis, in die tijd in de ban van Sly en Jimi, nam het lijntje over in zijn album 'Jack Johnson' (opgenomen in 1969/1970, uitgebracht in 1971). Het zit na een slordige 18 minuten (!!!) in de openingstrack ‘Right Off’, waar de shuffle in Bb plaats maakt voor de rechte groove in Eb (*). Dit waren spontane jams van de bandleden onder auspicium van Miles’, die in die tijd al de jager-verzamelaar was die hij de rest van zijn leven zou blijven. Veel van zijn beste ideeën kreeg Miles aangeleverd door zijn paladijnen. Mogelijk was het dus eigenlijk gitarist John McLaughlin (**) die op het idee kwam de riff van Sly erin te slingeren. Het heeft er alle schijn van dat het fragment een 'noodling'-momentje in de studio betreft, waarbij de gitarist aan de inhakende bassist Michael Henderson de vingerzetting uit de doeken doet.

Noonward Race

Wij worden in deze gedachtengang bevestigd, door het feit dat de riff even later volledig uit elkaar getrokken wordt door dezelfde John McLaughlin en Billy Cobham, onder de titel ‘Noonward Race’ op ‘Inner Mounting Flame’ (1971), het debuutalbum van het illustere Mahavishnu Orchestra. De toonsoort is een halfje verlaagd (Dm), het tempo stevig opgeschroefd en in plaats van een melige shuffle beukt Billy de riff Cobham-like (lees: min of meer unisono) gretig mee. [Zie de afbeelding uit onze Mahavishnu bijbel © 1976]. Het zette de jazzwereld op zijn kop en roeide wereldwijd de laatste nostalgische liefhebbers -die de bittere pil van Trane en Miles probeerden door te slikken- definitief uit de publieke gelederen. Het was Mahavishnu die de bijl aan de wortel legde van de jazz en -aangemoedigd door Miles & co- de dodelijke klap gaf. We zien hem met zijn hamer van de berg komen en roepen: „Jazz ist tot! Jazz bleibt tot! Und wir haben ihn getötet! Wie trösten wir uns, die Mörder aller Mörder? Das Heiligste und Mächtigste, was die Welt bisher besaß, es ist unter unseren Messern verblutet.

One Phone Call

Later werd de riff de basis voor ‘One Phone Call/Street Scenes’ op 'You’re Under Arrest' (Miles Davis, 1985). Saillant detail is wel, dat John McLaughlin meespeelt op deze plaat, maar juist niet op dat nummer, waar de honneurs waargenomen worden door John Scofield. Het was de tijd dat Miles de wereld nog één laatste keer schrik aan jaagde met snoeiharde funk back beat grooves, ondersteund door een pederast gezelschap onder leiding van keyboardist Robert Irving III en Vincent Wilburn Jr, het neefje van Miles, die hard en onophoudelijk kwarten moest biffen op de open hi-hat dat het een aard had (een rol waarvoor Al Foster vriendelijk bedankt had).

Noonward Race - John McLaughlin


Moshulu

En nu dan, donderdag 18 juli 2019, in Cultuurpodium de Boerderij te Zoetermeer, werd de riff als laatste nummer van de avond ingezet door de all-star band Moshulu (bestaande uit David Sancious, Dennis Chambers, Jeff Berlin en Oz Noy), zij het voor de gelegenheid verhuisd naar toonsoort E. De toetsenist Sancious, die wij overigens hemelhoog hebben zitten vanwege zijn werk in de jaren '70 (***), lardeerde de uitsmijter bij wijze van impro-solo met de akkoorden van één of andere Stevie Wonder hit. Het kon de tamme avond, die zo mooi en veelbelovend begon met Prelude #3 (van ‘True Stories’) niet redden. Na de opening daalde de temperatuur van de muziek spoedig tot onder het nulpunt, zo waren de vele bewonderaars van deze legenden van weleer het wel eens, vooral toen het belegen geneuzel werd afgewisseld met een gezapige blues shuffle. Tijd om de zaal te verlaten voor een sanitaire stop, om meteen maar te besluiten er voor onbepaalde tijd niet terug te keren.

Noy, Chambers & Berlin

Met name de alom zo bejubelde en bewonderde Israëlische gitarist Oz Noy haalde het bloed onder de nagels van het publiek vandaan, door snoeihard, met zogenaamd interessant maar vooral irritant gitaarwerk, elke kans op synergetische inspiratie in de kiem te smoren. Dennis Chambers, bekend om zijn technische vuurwerk en wat wij noemen last minute fills, is na zijn strokes teruggebracht tot een dwaallicht waarbij niets meer “in the pocket” lijkt. Dat zou nog te behappen zijn als Berlin met hem zou klikken, maar nummers lang lijken de beide “muzieklegendes” een andere opvatting te hebben en deze eigenwijs door te willen drukken. Berlin, die wij zo lief hebben gehad als heroïsche bassist van Bruford en Holdsworth, is verworden tot de “self-aggrandizing” betweter die wij al voorzichtig leerden kennen op social media. De beste solo’s (beter gezegd: de enige goede solo’s) kwamen vanavond weliswaar van zijn hand, met name in zijn eigen arpeggio-compositie ‘Lean on Me’, na het openingsstuk het enige hoogtepunt van de avond, maar buiten dat wapenfeit zorgde de virtuoos nauwelijks voor noemenswaardige opwinding.

Sancious

Het meest ontluisterend was David Sancious zelf, de duistere diamant uit ons verleden die wij al een slordige 33 jaar als één van de meest bezielde Jazzrock-apostelen in ons hart dragen. De hemelse glans van weleer (***) is verdwenen. Sancious komt tegenwoordig niet verder dan wat stramme riedeltjes, futloze improvisaties en obligate drieklankjes op zijn al even zielloze digitale Yamaha-keyboard. Ziedaar het gevolg van jarenlang toeren met zaaddodende elementen als de misplaatste Boss & the nightmare on E Street. Van binnen wenend over deze pijnlijke ontluistering, stervend in ons eigen gemoed, begeven wij ons naar het café-gedeelte van De Boerderij, waar gaandeweg ook de andere teleurgestelden binnendruppelen om hun verdriet over de vergane glorie weg te drinken. Iedereen is het er over eens en drukt zich uit in een-lettergrepige dooddoeners: tam, mak, slap, stram, suf en saai. Let wel: dit zijn kenners, die alle albums waar Sancious en Berlin op meedoen van begin tot eind kunnen meezingen, die deze artiesten al sinds de jaren '70 koesteren en bewonderen.

Snel naar huis dus, om troost te zoeken in het meesterwerk 'True Stories' met de suites 'Ever the Same' en 'Matter of Time', geniale gospel-jazzbarock-fusion composties, met kathedrale organs, odd-meter drumming van Ernest 'Boom' Carter, spiritueel geladen zang van Alex Litgerwood... "Silence becomes the tune as we move on"... -zo schreien wij met hen driewerf ten hemel-... "Time will heal you!"... en tot diep in de nacht "fade away"...


[PJ_©STAB]


(*) en niet E zoals wel geroepen wordt op internet, hetgeen evenwel een paar minuten later wel het geval is.

(**) De Jack Johnson sessions worden gezien als de finale auditie bij Miles van de Britse gitarist John McLaughlin, "the definitive showcase" aldus journalist Robert Christgaude

(***) Een indrukwekkende reeks albums verscheen van Sancious' hand, al dan niet met zijn band Tone (met o.a. Ernest Carter, drums en Alex Litgerwood, vocals): Forest of Feelings (75), Transformation (The Speed of Love) (76), Dance of the Age of Enlightenment (77), True Stories (78), Just as I thought (79), I’ve Always wanted to do this (met Jack Bruce, 80) en het solo-album The Bridge (81). In die Jaren zeventig maakte Sancious ook furore aan de zijde van Stanley Clarke, met behalve wervelende synthesizer-soli ook virtuoos gitaarspel.