Marit van der Lei & friends

De Utrechter Jazzclub

Donderdag 5 maart 2020

Tekst en plaatjes: Storm Bakker


We hebben ons met een lokaal Maximus-biertje aan een tafel genesteld in de loungezaal van De Utrechter Jazzclub. Het is donderdag 5 maart en tijd voor het concert van de avond. Op het programma staat zangeres Marit van der Lei, oorspronkelijk uit Eibergen, maar afgestudeerd aan het conservatorium van de HKU. “Ik ben in voorbereiding van mijn nieuwe album en probeer wat nieuwe stukken uit in een andere samenstelling.” In de line-up ontwaren we oudgedienden Kika Sprangers (sax), Marre de Graaff (bas) en Willem Romers (drums), en de nieuwe gitarist Frederico Castelli uit Italië. Helaas geen trompettist, waar wij wel een beetje op hoopten, want of het nu Ruben Drenth, Koen Smits, Alistair Payne of grootmeester Angelo Verploegen is, de sonore stem van Marit klinkt prachtig samen met een bugel. Niet voor niets is haar muziek geschoeid op de leest van grootheid Kenny Wheeler.

Stijgende lijn

De band had twee nummers nodig om de juiste sound en balans te vinden en ook Marit zocht daarbij naar haar ideale tone of voice. Wij waren niet zo gecharmeerd van Norma Winstone’s song ‘Just Sometimes’, niet vanwege de uitvoering, maar gewoon omdat het compositorisch obligaat is en qua functionele harmonie de ene open deur na de andere intrapt. De daarop volgende country & western/samba ‘Prairie Avenue Cowboy’ van Paul Motion vonden wij om dezelfde reden zelfs een beetje vervelend. Maar daarna volgden de hoogtepunten elkaar in stijgende lijn op. We noemen het aangrijpende ‘Let’s Not’ (over de vele verlammende echtelijke ruzies), het verrassende ‘Robot Love’ (over digitale verliefdheid) en ‘Flora’, een ode aan madam Purim, één van Marit’s grote inspiratiebronnen. In deze kleine suite, die wij beschouwen als het pièce de résistance van het Nextet album, zijn de verschillende passages compositorisch prachtig ingebed in een dynamisch geheel, zodat alle bandleden solistisch steeds vanuit een ander perspectief aan bod komen. Ook de overige composities zijn staaltjes van haar muzikale kunne.

Deprimerende meuk?

Het is opvallend dat Marit daarbij verknocht lijkt aan het nostalgische mineur-majeur idioom. Dit is op zichzelf natuurlijk mooi en romantisch, maar ons oor smacht op den duur naar andere intervallen en zelfs naar – god betere het - een grote terts hier en daar! Hieraan leek Marit te refereren, toen zij met een knipoog verkondigde dat zij als songwriter steevast zwelgt in “depressieve, deprimerende meuk.” De vrolijke backbeat die zij om die reden aan het repertoire had toegevoegd was inderdaad een lekker opgewekt stuk. Drummer Willem Romers zei na afloop dat het hem deed denken aan een stuk van Anton Goudsmit. Wij wisten meteen dat hij refereerde aan het nummer '050', omdat we dat zelf met Jeroen Vrolijk ook vaak gespeeld hebben.

Abstracte chaos?

De gewaagde arrangementen werden bijtijds afgewisseld met dromerige, ritmeloze passages, door Marit spottend “abstracte chaos” genoemd. Wederom een sneer aan eigen adres. Hiermee deed de zangeres deze verfijnde kunst, kennelijk uit angst om te prestigieus en intellectueel over te komen, enigszins te kort. Het drumwerk van Willem Romers (ook wel “de Jon Christensen van de Lagen Landen” genoemd, hetgeen zijn neus deed krullen, aangezien de betreurde Noorse slagwerker ook een van zijn helden was), is juist in die passages uiterst transparant en smaakvol, in hechte samenhang met de aanzwellende pedaalbassen van de virtuoze De Graaff; de kittige pling-plong-sounds van gitarist Castelli zorgden voor de nodige geestverruimende verfijning. Zo ook het nieuwe effect-apparaat waarmee de zangeres experimenteerde, zij het nog zuinig en enigszins voorzichtig en helaas nog niet in combinatie met haar recent ontdekte klassieke stemkwaliteiten, waarnaar wij benieuwd zijn.

Overweging

Al met al een veelbelovende tussenstop van de zangeres, die op weg naar het volgende album wikt en weegt en geen overhaaste beslissingen wil nemen. “Ik wil de komende tijd wisselende bezettingen uitproberen; door toevoeging van ambient-achtige sferen en soundscapes mijn muziek opnieuw benaderen”. Misschien is het intussen wel een overweging waard om de alom aanwezige boezemvriendin Kika eens een keertje rust te gunnen, en bijvoorbeeld een trompetgrootheid als Angelo Verploegen in te vliegen. Niets ten nadele van haar sopraanspel, maar er is niet veel spanning tussen beide dames: ze houden gewoon te veel van elkaar, onvoorwaardelijk en vergoelijkend. Dergelijke liefde kan leiden tot een moederkloek-syndroom, dat -hoe goed bedoeld het ook moge zijn- de ontplooiing van de ongebreidelde artisticiteit in de weg staat. Anders gezegd: het wordt de hoogste tijd dat de vocale kunstenares zich uit Kika’s nest laat vallen, zodat we haar echt eens op eigen merites kunnen beoordelen.


[PJ_©STAB]