Magma @ Jazz à Vienne

11 juli, Théâtre Antique, Jazz à Vienne 2018 (France)

tekst: Stormvogel

Jazz à Vienne 2018

We lopen in Vienne, de historische stad in de regio Auvergne-Rhône-Alpes. De plaats staat elk jaar twee weken lang in het teken van festival Jazz à Vienne en anno 2018 is dat niet anders. Het is de 38ste keer dat het festival plaatsvindt en dat laat men weten ook. Het beeldmerk van het festival is overal zichtbaar, op vlaggen, banners, posters, flyers, maar ook op winkelruiten, autobussen, muren van huizen en de straattegels. Overal heerst bijzondere gastvrijheid. In samenwerking met de SNCF worden speciale treintarieven aangeboden vanaf Lyon en de parkeergarages zijn in verband met het festival vriendelijk geprijsd. Her en der spelen bandjes op de terrassen, waar opvallend veel jeunes filles zich met opgetrokken knietjes nestelen in de zon; de dames van het twee sterrenhotel La Pyramide doen hun best met een bijna verstikkende service. Dat mag ook wel voor die prijs. Het ontbijt kost er €30,- We slapen in de kamer naast Gregory Porter. Belangrijkste speelplekken van het festival zijn de Tuin van Cybele (Jardin Archeologique), waar twee buitenpodia zijn ingericht en waar ook het Théâtre de Vienne is, en natuurlijk het illustere Théâtre Antique dat tegen de steile hellingen van de Mont Pipet is gebouwd. De avond tevoren zaten we daar, als betalende bezoeker. Nu genieten we van het adembenemende uitzicht vanaf de Belvédère de Pipet, over de stad Vienne en de rivier de Rhône –vandaag geen wilde vloed- die in beide richtingen kalm uit het gezichtsveld kabbelt. In de verte het Pilat massief en hoog in de lucht de koperen ploert. Het is warm en gezeten op een stenen bank bij de kerk, sluiten we even de ogen en verwijlen we in de geschiedenis van Vienne, die teruggaat tot de tijd van de Romeinen.

Romeinen

Julius Caesar onderwierp tijdens de Gallische Oorlog (58-51 v C) de Keltische Allobrogen die woonden aan de Rhodanus (Rhône) stroomopwaarts tot aan het Meer van Genève. De Romeinen stichtten het 'Imperium Vienna' en vandaar verdreven, werd het nabijgelegen Keltische fort Lugdunum (het huidige Lyon) ingenomen en later tot hoofdstad van de Romeinse provincie Gallia Lugdunensis gemaakt. Vienna en Lugdunum waren belangrijke plaatsen langs de Gallische noordzuidlijn en de Rhônevallei werd de lusthof van de Stadhouder van Gallia. Uit de Romeinse tijd resteren in Vienne, “lying at the gateway to the vineyards of the Côtes du Rhône” ( bron ), behalve het imposante openluchttheater en de Tuin van Cybele, ruïnes van aquaducten, Romeinse wegen, een enigmatische obelisk (‘pyramide’ geheten) en een tempel voor Augustus opgericht door keizer Claudius. Als zoon van Drusus de Oudere, Stadhouder van Gallia, was Claudius zelf uit de regio afkomstig. In 2017 werd een stadswijk met filosofenschool opgegraven. Vienne was de plaats waar vooraanstaande ballingen uit Judea terecht kwamen, zoals etnarch van Judea Herodes Archelaüs in 6 n C, waarschijnlijk gevolgd door landvoogd Pontius Pilatus in 37 n C, (die volgens een legende de pyramide als zijn graftombe liet bouwen), misschien nog gevolgd door tetrarch Herodes Antipas (de broer van Archelaüs) en diens vrouw Herodias, het koppel dat verantwoordelijk was voor de onthoofding van Johannes de Doper. Deze nieuwtestamentische personages hadden het verbruid bij Lucius Vitellius de gouverneur van Syrie (aldus de Joods-Romeinse geschiedschrijver Flavius Josephus) en zij werden volgens de christelijke traditie verbannen door keizer Gaius Caesar Augustus Germanicus (beter bekend als Caligula).

Christenen

In het zeer speculatieve boek van Danielle van Dijk ‘Maria Magdalena, vrouw naast Jezus: een zoektocht naar het verborgen christendom’ wordt op blz. 162 onversneden beweerd dat Jacobus (“een steenrijke zoon uit het geslacht van David”), Maria Magdalena en haar dierbaren meenam “naar het Herodiaanse landgoed bij Vienne, onder Lyon. Daarheen hadden zij in 44 n C een vrijgeleide gekregen van de jonge Herodes Agrippa II, de zoon van Herodes Agrippa I. Deze zoon was de Heilige familie goed gezind.” Let wel: er is geen enkele bron die grond geeft aan deze fantastische luchtkastelen, maar prikkelend is de gedachte natuurlijk wel dat de mooie Maria aan de oevers van de Rhône de Graal verborg, gadeslagen door de manke stotteraar en zijn Herodiaanse vrienden Agrippa en Aristobulus. Het is in elk geval zeker niet onmogelijk. Bovendien is het een feit, dat Vienne en Lugdunum samen een zeer vroeg bolwerk van christenheid vormden. Het belang van de Gallische kerken aan de Rhône blijkt wel uit de werken van Irenaeüs, een leerling van Polycarpus van Smyrna, die er rond 160 n C neerstreek en tweede bisschop werd in 177 (als opvolger van Pothinus, die in Lugdunum voor de leeuwen was geworpen). Irenaeüs, de eerste grote theoloog en kerkvader na Paulus, bestreed een zekere Marcus, bijgenaamd ‘de Magiër’, een syncretistische profeet met gnostisch-sethianistische trekken, eveneens vanuit Klein Azie overgevlogen naar de Rhônevallei. De regio zou daarna gedurende de middeleeuwen, ondanks de vele invallen van heidense germanen en saracenen, een vooraanstaand centrum van christendom blijven.

Moderne jazz in het antieke theater

We slaan onze ogen op en werpen een blik op het imposante Romeinse Théâtre Antique de Vienne, dat plaats biedt aan meer dan 7000 toeschouwers maar nu leeg is. Gregory houdt er een doorloop met het orkest, 'Smile' van Charlie Chaplin en ander crooner-gedoe. Het theater staat bekend als “gorgeous and mystical” en “one of the most stunning music venues in Europe.” ( Bron ) Dit is zeker het geval, zeker waar het jazz betreft. Grote internationale sterren traden er op, zoals Stan Getz, Ella Fitzgerald, Sonny Rollins, Lionel Hampton, Michel Petrucciani en natuurlijk Miles Davis in het jaar van zijn overlijden (1991). En tijdens Jazz à Vienne 2018 staan er eveneens grote internationale namen op de rol: Youssou NDour, Melody Gardot, Gilberto Gil, Hermeto Pascoal, Marcus Miller, Rhoda Scott, Avishai Cohen, Ron Carter, Gregory Porter, Roy Hargrove en -tot grote verbazing van vriend en vijand- de legendarische zeuhlgroep Magma, die 2018 juist als een sabbatical year beschouwt en deze tijd benut om in de studio te duiken voor de opname van ‘Zëss’.

Magma

Het optreden tijdens Jazz à Vienne was alweer de 47ste keer dat wij Magma live aanschouwden en ofschoon het publiek in kennelijke staat van extase werd gebracht, vonden wij het niet het meest aangrijpende optreden. Integendeel. We merkten al eerder (zoals op de Duitse berg bij de Loreley), dat een festivalsetting bij Magma averechts lijkt te werken.

Ten eerste zijn daar de vele kleine en grote stoorzenders in het publiek, zoals alsmaar wandelende of voortdurend pratende dagjesmensen, verwende festivalhoppers en zappende pottenkijkers, Zulke mensen, niet bij machte de majesteuze toonkunst met ziel en zaligheid te ondergaan, doen afbreuk aan de ervaring. Zij zijn onwillend, onwetend, onwaardig en ongeschikt. Ze zuigen energie. De flitsende lichtshow en de grote mediaschermen helpen op zo’n moment geen zier. Integendeel. Het haalt de groep uit de sfeer van claire-obscur en helldunkel, waarmee de Magmanen vertrouwd zijn; die overdaad aan steeds veranderlijke kleurenpracht en schakelingen zal Christian Vander, die al sinds 1969 opteert voor aan duisternis grenzende schemer, zelf tegen de borst stuiten. Zeuhl, lichtjaren geleden geëmaneerd uit de hemelse crypte van Kreuhn Köhrmann mag nooit over de grens van entertainment worden getrokken, hoe geweldig een festival als Jazz à Vienne ook moge zijn voor de gemiddelde muziekliefhebber.

Ten tweede is er het geluid. Het antieke theater heeft een prachtige akoestiek, zoals bassist Philippe Bussonet in ons gesprek voorafgaand aan het concert beaamde. Ook óp het podium, ten overstaan van de hoog oprijzende tribune, was het geluid volgens Bubu “perfect”. Dat moge zo wezen voor een gewoon ensemble, en het klonk inderdaad erg mooi, maar zeuhl valt of staat in wezen bij lage, diepe en resoneerde fuzzbass in de traditie van Wahrgenuhr Reugëhlëmêstëh, aangedreven door een kosmische tambour-maître die zich bedient van verpletterende donderslagen en bliksemflisen als Zëbëhn Straïn de Geustaah. Dat heeft meer met onbeschaafde kracht dan met verfijnde schoonheid te maken. Wanneer op deze ingrediënten wordt bezuinigd, om wat voor reden dan ook (bijvoorbeeld om het groter publiek te behagen of om de mix salonfähig te maken, of wie weet omdat het batterijtje van de bass-distortion bijna op was), dan wordt de zeuhlplank lelijk misgeslagen. Helemaal wanneer passages die normaal furieus en recht geslagen worden, opeens met een lichte jazz time / swing feel worden gespeeld, compleet met walking bass , zoals aan het einde van Ëmëhntëhtt-Ré en tijdens de 7/4 mantra in Mëkanïk Dëstruktïẁ Kömmandöh. Hetzelfde geldt voor de gitaar en de zang, zij het omgekeerd. Deze stemmen dienen juist in het geluidsspectrum opgenomen te zijn, op enkele strak georganiseerde uitspattingen na, volledig ondergeschikt aan het geheel in tegenstelling tot gewone muziekgenres met een traditionele lead & backing situatie. Nu stond gitarist Rudy Blas (die sowieso niet zijn beste optreden gaf) extreem op de voorgrond. Normaliter waakt sound-engineer Francis Linon met verve over deze materie, maar in het antieke theater steeg het ruimteschip Magma -althans in in onze oren- evenwel niet op zoals gebruikelijk.

Toegankelijkheid

Magma is wel betiteld als een “Klingon Opera” en “symfonische rocknachtmerrie” ( bron ) en zo'n stempel van ontoegankelijkheid wordt door de echte zeuhl-adepten eigenlijk wel gekoesterd. Dat houdt de ongewenste bezoekers op afstand. Magmanen zitten helemaal niet te wachten op een meer toegankelijke versie van hun zeuhl-icoon. Eind jaren zeventig werd her en der geroepen dat Vander met de plaat ‘Attahk’ zijn muziek toegankelijker had gemaakt. Dat idee bestaat nog steeds, blijkens een recensie uit 2017 van Scarlett op de website Le Guide Culturel, een artikel dat toevallig aangepast werd terwijl wij het onze schrijven (18 juli 2018). Volgens Scarlett was Vander het na zeven jaar spuugzat om te spelen “pour une élite précieuse et stérile qui l'enferme inexorablement dans un ghetto” en ging hij over op “une musique simplifiée, qui le rend d'emblée beaucoup plus abordable.” (…) “Avec Attahk, Vander réussit le tour de force de rendre sa musique plus accessible, tout en restant lui-même, et sans jamais renier un seul instant l'esprit Magma”. ( bron ) De plaat is inderdaad wat toegankelijker door de nadruk op lead vocals, sus-akkoorden en de intrede van de 4/4 maat, maar of het zo’n bewuste keuze was af te rekenen met het elitaire publiek valt te betwijfelen. Attahk bevatte ook oude stukken die gewoon nog niet aan bod waren gekomen vanwege het intensieve touren en ingrijpende veranderingen in de line-up. Met het lydische Rindë (Ëmëhntëhtt-Ré ) en tracks als Maahnt, Nono en Liriïk Necronomicus Kahnt werd in feite gewoon vervolg gegeven aan de zeuhl op kant 1 van het album Üdü Wüdü uit 1976. Ook de twee archonten Ürgon & Ğorğo, op de cover vereeuwigd door de Zwisterse horrorkunstenaar H.R. Giger, lopen niet bepaald over van toegankelijkheid voor een breder publiek. Wel kenmerkt Attahk de marginalisering van de frontman Klaus Blasquiz (Klötz Zaspiaahk) en het definitieve einde van het tijdperk Klaus Blasquiz, Jannick Top, Mickey Graillier, Bernard Paganotti en Didier Lockwood. Vander opent Attahk met een briesende rap in het Kobaïaans over deze periode 1970-1977 in het stuk ‘Last Seven Minutes’. Ach, misschien horen wij wel gewoon bij dat steriele en elitaire publiek dat nu eenmaal niet zit te wachten op laagdrempelige zeuhl en musique simplifiée.

Laagdrempelige zeuhl en musique simplifiée is met het huidige Magma gelukkig niet aan de hand. In Vienne werd geopend met de hele Ëmëhntëhtt-Ré suite (inclusief Rindë, Hhaï en Zombies), gevolgd door het Orffiaanse 7/4 dreunwerk Mëkanïk Dëstruktïẁ Kömmandöh, waarmee in de jaren zeventig de wereld werd veroverd. Als encore volgde Ehn Deïss, de innemende ballade uit het repertoire van Offering. Wij hoopten stiekem op het ritmisch ingenieuze Köhntarkösz, dat met de eigenaardige Mal Waldron-voicings en de uitgesponnen solo over een straight 6/4 elk jazzfestival in lichterlaaie zou zetten. Het is ook alweer even geleden dat Rïah Sahïltaahk op het programma stond (het nieuwe revamped arrangement uit 2014), en met het hypnotiserende 5/4 Slag Tanz (gecomponeerd tussen 2009-2015), had het volk het recente componeerwerk van Vander kunnen ervaren. Dus toch weer Mëkanïk Dëstruktïẁ Kömmandöh, dat voor Magma is wat My Favorite Things was voor John Coltrane. Het bracht het publiek op de stenen banken van Théâtre Antique de Vienne, maar wij blijven erbij: een illuster fenomeen als Magma, ingewijd in de Egyptische mysteriën, notabene zingend in een achaïsche geheimtaal, is gewoonweg niet bedoeld om met andere bands het podium te delen tijdens een publiek toegankelijk festival, of dit nu jazz, rock, prog of world betreft. Magma behoeft een eigen totaaltheater als Bayreuth, een eigen Tempel, die slechts door ingewijden betreden mag worden, inclusief een Heilige der Heiligen waar alleen de hogepriester wordt toegestaan om het grote Theusz Hamtaahk bloedoffer te plengen.


[PJ_©STAB]