Gary Bartz ft. Ravi Coltrane

'Another Earth', 50th Anniversary concert

North Sea Jazz festival (Hudson)
Zaterdag 13 juli 2019

tekst en beeld: Storm Bakker

Tussen de vele blues-, hiphop- en siso-bedrijven door, vonden wij zaterdag 13 juli j.l. onze weg op het festival North Sea Jazz. Omdat de spoeling jazz en jazzrock tijdens NSJ elk jaar uitermate dun is, en jaarlijks steeds dunner wordt, blijft de keuzestress van vroeger beperkt. Met andere woorden: het was dit jaar niet zo moeilijk, de handvol paerlen die tijdens het evenement voor de zwijnen wordt geworpen, uit te kiezen en bij te wonen. We zagen en.hoorden Gary Bartz en Ravi Coltrane, Bobo Stenson Trio, Robert Glasper Trio (zonder de beloofde special guests), Arild Andersen Trio (met Tommy Smith) en uiteindelijk in de grote Nile-zaal de Amerikaanse supergroep Toto. Tussendoor hadden we tijd om wat te eten en op het Mississippiplein met frites en al door een stoel te zakken. North Sea Jazz 2019, ProgJazz was er bij.

Barmhartigheid

We begonnen onze festivalbeleving met een gemeenschappelijke aanval van De la Tourette in de helse parkeergarage Zuidplein, waar toeterende ploerten en blaffende bullebakken elkaars en ons leven verzuurden. Zo stoïcijns mogelijk haastten wij ons naar de uitgang, die voerde naar een winkelcentrum zonder bewegwijzering. Schreeuwende jongeren, brutale blikken onder hoodies vandaan, smoelwerken die niets goeds beloofden, en overal algemeen onbeschaafd Nederlands. Naar volk eigenlijk, mensen. Je mag het niet zeggen (ha, daarom denken we het): je zou willen dat je op de Euromast stond en 1.000.000.000 kilo-liter ongebluste kalk over al dat schorriemorrie mocht uitkieperen. Na een haastige wandeling langs des heeren strontpaden (Zuiderpark), door de miezerregen, was de eerste opdracht bij de kassa het toegangsbewijs afleveren voor kameraad Martin Fondse, die uit Lyon kwam aangevlogen. Nog na-godverend van alle ellende stonden we eensklaps oog in oog met een buitenissig aantrekkelijke kassadame, met een zwoele lach en een mysterieuze glinstering in haar donkere ogen, zo mooi, dat we meteen naar haar naam vroegen. Ze wenste ons een fijne dag, nou, dat was het al, Esmee. In één oogverblindende klap geloofden we weer in de barmhartigheid van de heer schepper. ja, deze dag kon niet meer stuk.

Bartz

Het eerste concert was dat van de Amerikaanse altist Gary Bartz, die wij kennen van de eerste electric band van Miles Davis uit 1970, maar nog nooit live zagen. We wisten eerlijk gezegd niet eens dat hij nog leefde. Bartz speelde met Miles op het festival Isle Of Wight en deed mee aan de illustere 'Cellar Door sessions' (Live Evil), de freaky alkaloïde line-up met Chick Corea, Keith Jarrett, Herbie Hancock, Joe Zawinul, John McLaughlin, Jack DeJohnette, Airto Moreira, Wayne Shorter, Hermeto Pascoal, Dave Holland, Ron Carter, Michael Henderson, Jack DeJohnette, Airto Moreira en een tablaspeler waarvan we de naam niet onthouden. Met uitsluitend die CD’s in de speler toerden we in 2011 14 dagen door Frankrijk, met een reuze omweg naar het jazz festival Macadam in Perigueux (om op te treden met PitchWhiteStorm). Miles is de ultieme road music en Bartz heeft dus langs deze weg een speciaal plekje in ons hart. Anderen zullen de saxofonist kennen van Art Blakey's Jazz Messengers, of van zijn plaat 'Altissimo' uit 1973, die hij maakte met collega-altisten Lee Konitz, Jackie McLean en Charlie Mariano. Luister en huiver. De meningen over dit album lopen nogal uiteen. Vanwege vier door elkaar heen tetterende altisten is de plaat -niet onterecht- weggezet als nutteloze “alto noodling without an artistic purpose”... Daarentegen bevat elke plaat met de verlichte Charlie Mariano a priori iets bijzonders. Ook een 'ritme-sectie' met Joachim Kühn (piano), Palle Danielsson (bas) en Han Bennink (drums) is op zijn zachtst gezegd interessant. Enfin: reden genoeg om Gary Bartz eens in levende lijve te aanschouwen.

Bollenbeck

Na een enigszins melige introductie door Mijke Loeven begon het concert in de Hudson zaal, die was uitgerust met grote schermen zodat het publiek achterin de musici als het ware op de vingers kon kijken. De zogeheten ‘ritme-sectie' bestond uit de zompige oude snarentrekker James King, de vlijtige trommelaar Nasheet Waits en de verrassende gitarist Paul Bollenbeck, waarvan we nog niet eerder gehoord hadden. De Amerikaan loopt evenwel al wat jaartjes mee en speelde blijkens het wereldwijde web met Houston Person, Gary Thomas, Charlie Byrd, Joey DeFrancesco, Herb Ellis en Stanley Turrentine. Wie gezien dit lijstje een traditionele jazzgitarist verwacht komt echter bedrogen uit. Bollenbeck grossierde in gewaagde akkoorden, altered dominant scales, abstracte klanken en kunstig fx-pedal noodling, en zelfs iets wat neigde naar 'quartal harmony', die hij vermoedelijk heeft meegebracht uit zijn tweede vaderland India.

Ongrijpbaar

Bartz zei dat ze nummertjes zouden spelen uit de tijd dat het allemaal begon, eind vijftig, begin zestig. En inderdaad waren het blues geöriënteerde bopnummers, maar door toedoen van King en Waits nauwelijks als zodanig herkenbaar, terwijl de akkoorden van Bollenbeck steeds spannender werden en Bartz zelf -in topvorm verkerend-, er geïnspireerd overheen gierde met zijn altsax, - die vandaag opvallend zuiver was voor zijn doen en prachtig mengde met de sound van Bollenbeck. De bas van King was zo weinig gedefinieerd en het getik van Waits was zo weelderig en afwisselend, dat er hoogst zelden een touw aan vast te knopen was en de muziek als geheel klonk als total free jazz. Het enige dat enig houvast bood, waren de golfbewegingen, de organische pulsen. Mettertijd dienden die als aanknopingspunt voor de luisteraar, beter gezegd: een strohalm om aan vast te klampen. Welbeschouwd is het heerlijk, om zo een festivaldag te beginnen met pulserende, ongrijpbare alto-jazz, waarbij pas in het laatste rondje duidelijk wordt dat er wel degelijk vorm was in de afgelopen 20 minuten, een thema als kapstok voor solistisch avontuur, inclusief een maatsoort en een toonaard. Zulke jazz ruimt ook lekker op qua publiek, want de "muziektoeristen" zochten na twee nummers een veilig heenkomen.

Ravi

Halverwege betraden trompettist Charles Tolliver en saxofonist Ravi Coltrane het podium. De grote kwaliteiten van Tolliver ten spijt, (al was het op den duur wel heel veel van hetzelfde chromatische laken een pak), gaat de aandacht van de luisteraar dan onvermijdelijk toch uit naar de zoon van god. We zagen hem al eens tijdens NSJ in Den Haag, een slordige 33 jaar geleden, toen hij nog studeerde aan de California Institute of the Arts en op tournee was met de bruid van god, zijn moeder Alice Coltrane in een combo met Airto Moreira. Ravi was toen nog geen schim van de artiest die hij zou worden, maar zijn talent was wel onmiskenbaar. Inmiddels is Ravi (vernoemd naar sitarmeester Shankar) uitgegroeid tot een fantastische tenorist, die op integere wijze omgaat met de legacy van zijn vader en nooit 'misbruik' van zijn achternaam heeft willen maken. Hij werkte nog mee aan de laatste plaat van zijn moeder, 'Translinear Light' (2004), maar veroverde geheel en al op eigen merites een plaats in de topregionen van de internationale jazz; hij tourt en maakt platen met de groten der aarde (Elvin Jones, Steve Coleman, Chick Corea), en werd in 2017 genomineerd voor de Grammy Best Improvised Jazz Solo Performance, naar aanleiding van het album 'In Movement' (2015, ECM) van drummer Jack DeJohnette (met bassist Matthew Garrison). Ook in Rotterdam, afgelopen zaterdag, aan de zijde van Bartz, liet Ravi Coltrane zich van zijn beste kant horen.


[PJ_@STAB]