FOCUS

Kroepoekfabriek, Vlaardingen
Zaterdag 8 februari, 2020
tekst & beeld: Olaf Blaauw

Volledige Focus

Daar sta je dan, met een mannetje of tweehonderd in de plaatselijke poptempel, wachtend op het resultaat van ruim vijftig jaar lang compromisloos musiceren. Thijs komt het podium op, installeert zich achter zijn pedaalwerkloze Hammond en de zaal valt respectvol stil. Uit die stilte zet vervolgens een delicaat akkoord aan en wordt ‘Focus 1’ ingezet. Niks niet “knallen vanaf acquit” of “hop, de beuk er in”, maar prachtige fragiele schoonheid neerzetten en daarmee de toon zetten voor een verbijsterend goeie set.

Hier is de plaats om recensieclichés neer te zetten, dus dat doe ik dan maar even kort. Een optreden van Focus beleven is alsof je in een tijdmachine stapt. Terug naar een periode dat de Rock als kunstvorm werd ontwikkeld en dat bands als Yes en King Crimson de scheidslijnen tussen Hendrix en Stravinsky deden vervagen.

Drummer Pierre van der Linden, na Thijs van Leer de meest constante factor in de huidige line-up, speelt op z’n drieënzeventigste nog steeds als een jonge wildebras en dat is gewoon ongegeneerd lekker kijken en luisteren. De ghost notes, al dan niet bedoelde rimshots en crash bekkens vliegen je om de oren, alsof Bruford, Peart en Portnoy nooit bestaan hebben en hun afgemeten metronoomstijl niet de norm sindsdien heeft bepaald.

Na het bijna verstilde begin, ging het de rest van het optreden aangenaam eclectisch, en soms behoorlijk stevig, alle kanten op. Uiteraard mochten de klassiekers niet ontbreken, ‘Hocus Pocus’, ‘Sylvia’, ‘House of the King’, allemaal met een drive en urgentie gespeeld, alsof de band nog wel iets te bewijzen had. Niets is natuurlijk minder waar. Menno Gootjes op gitaar speelt werkelijk virtuoos en vindt in zes-snarig baswonder Udo Pannekeet een sparringpartner van jewelste. Het fijne is echter, dat het kwartet nergens een ego laat domineren, men speelt als een hechte eenheid, ieders partij ten dienste van het nummer en niet van zichzelf.

Er zat voor mij nog wel een extra randje sentimentaliteit aan dit optreden. Ik mocht met mijn eigen band ooit openen voor Focus en kreeg daar een liefdevol lesje nederigheid geleerd. Dat moment heeft ons destijds veranderd in iets beters dan we anders zouden zijn geweest en vanavond kon ik daar nog even dankjewel voor zeggen. Focus leert je namelijk als geen ander hoe er ruimte kan en moet bestaan tussen door elkaar heen dwarrelende partijen, hoe twee rake noten op de Hammond soms beter werken dan een heel akkoord en hoe er van dynamiek pas sprake kan zijn als je jezelf soms ook heel klein kunt maken. Dat lesje werd ook vanavond weer, met evenveel liefde voor de muziek als destijds, gedoceerd.

Thijs van Leer is een buitengewoon welbespraakt en beschaafd heerschap, wat het gevoel naar een anachronisme te kijken en luisteren gek genoeg versterkt. Hij lardeert het optreden met slechts hier en daar een vermakelijke of inhoudelijke toelichting op specifieke nummers, maar verder moeten we het met scat, Tibetaanse buikzang en gejodel doen. Slechts één jaar jonger dan Pierre, lijken z’n snelheid, timing en frasering ook totaal niet aan verval onderhevig. Je merkt het ook bij Thijs’ fluitspel; loepzuiver getimed en huppelend door de nummers heen. Smaakvolle koortjes door de vocoder maakten zijn performance af.

Heb ik dan echt niets negatiefs of opbouwend kritisch aan te merken op het optreden, ruik ik u denken? Ik zal het eerlijk zeggen; feitelijk niets, het was een warm bad van begin tot eind.

Je hoort vaak al dan niet terechte kritiek op het feit dat Focus alleen nog maar drijft op oud materiaal en dat de heer Van Leer werkelijk nooit meer een credit aan Akkerman geeft, zelfs al zijn Focus’ “nieuwere” nummers niet zelden naar een serie gezamenlijke sessies van rond 1984 te herleiden.

Persoonlijk houdt me het gekissebis absoluut niet bezig, noch dat de band bevroren lijkt in een voorbijgegane tijd. Voor vernieuwing kan ik immers elders terecht, wat ik óók graag doe. Passie en spelplezier zijn echter minstens zo veel waard in een live setting. Laten we met name blij zijn dat Focus nog steeds zijn ogen op de eigen bal heeft; kom maar door met nummer 12!


[PJ_©OB]