R E V I E W



CONCERT RECENSIE


Ben Wendel live - High Heart

TivoliVredenburg, Utrecht

Vrijdag 29 april 2022


Tekst en beeld: Laurent Sprooten


Door overstromende creativiteit gedreven

De ideale schoonzoon, zo zou hij eruit kunnen zien. Fris gecoiffeerd, een snedig kostuum zonder al te veel pretentie, netjes gekozen woorden bij de begroeting van het publiek, kortom: deze jongen deugt. Niets wijst erop dat er achter deze wat bedremmeld overkomende bleekneus een vulkanische saxofonist schuilgaat, die weldra het podium en de zaal in vuur en vlam zal zetten.

Kneebody

Ja, we kennen tenorist Ben Wendel o.a. van Kneebody, de postmoderne jazzrock-formatie met het overstuurde groepsgeluid en de uit de bocht vliegende ritmes. Daarnaast ook nog van diverse groepen onder zijn naam, die in wisselende bezettingen fraaie staaltjes melodieuze moderne jazz afleveren, waarvan het album The Seasons (2018) met een reeks avontuurlijke duo-sessies wel het hoogtepunt tot dusver genoemd mag worden.

Focus

In TivoliVredenburg verschijnt Wendel als middelpunt van een kwartet met de alom bewierookte pianist Shai Maestro, bassist Joe Sanders (getoerd met Wayne Shorter en Herbie Hancock) en de kwikzilveren Kneebody-drummer Nate Wood. Alle drie zijn ook op het meest recente album High Heart (2020) te horen, waarvan enkele stukken worden gespeeld. Wat meteen duidelijk wordt, is dat het kwartet qua geluidsvorming meer focus heeft dan de studioband tijdens de opnamen, waar zanger Michael Mayo vaak een prominente stem heeft in de thema’s, wat soms voor een dromerig of zelfs poëtisch effect zorgt, maar op andere plaatsen het vuur in de muziek tempert. En dat willen we eigenlijk niet.

Stortvloed

Op het podium pakt Wendel de hoofdrol zonder enige omhaal. De plechtige melodie van het titelnummer wordt uitvoerig en met aandacht neergezet, waarbij opvalt hoeveel priemende sonoriteit Wendel in zijn tenorgeluid weet te leggen. Hier en daar geeft hij er met zijn pedaaleffecten een kleine ontsporende draai aan. Als hij in zijn eerste solo eenmaal op stoom is gekomen, is er geen houden meer aan. Door zijn techniek gefaciliteerd en door een overstromende creativiteit gedreven, geeft hij zich over aan een stortvloed van muzikale ideeën die er soms allemaal tegelijk uitgeperst lijken te worden. Op andere momenten kan hij abrupt inhouden om op een toon te blijven hangen, waarvan hij de diverse kwaliteiten dan via de embouchure onderzoekt.

Spectaculair

Nog meer brille is er te horen in Burning Bright dat begint met felle uithalen van de saxofoon in de open vleugel, wat een prachtige impressionistische galm teweegbrengt. De galm gaat over in staccato geblazen accenten, waarop de band in een razend ritme invalt. Het stuk komt met zijn accelererende groove dicht bij de ritmische escapades van Kneebody, waar drummer Nate Wood ook de roerganger is en met voortdurende tegenaccenten het gewicht in de ritmiek graag mag verleggen. Een spectaculaire climax in Burning Bright wordt bereikt in de elkaar snel en naadloos afwisselende tenor- en pianosolo’s.

Line-up:

Ben Wendel tenorsaxofoon
Shai Maestro piano
Joe Sanders bas
Nate Wood drums


Duistere spanning

Pianist Shai Maestro staat centraal in het splinternieuwe, aan Brad Mehldau opgedragen stuk Dow dat met ingetogen donkerbruine samenklanken op de piano begint. Maestro beweegt zich daarbij op de rand van tonaal en abstract en bouwt zodoende een duistere spanning op; alsof er achter elke hoek een afgrond gaapt. Na het fraaie thema komt bassist Joe Sanders onverwacht uit de hoek met een simultaan meegezongen geplukte bassolo. Dit lijkt even een gimmick, maar Sanders zingt en croont stug door en blijkt uiteindelijk de prachtigste verhalen in petto te hebben. Klasse.

Lijnenspel

En weer helemaal los gaat het gezelschap in Still Play, één van de signatuur-nummers van Kneebody, de band die Wendel mede heeft opgericht (album: The Line). Het stuk begint met fel geblazen arpeggio’s die de inleiding vormen voor een licht stuiterend ritme, waarover Wendel furieus solerend een ingewikkeld lijnenspel drapeert. Het is soms onnavolgbaar hoe de watervlugge accenten van de tenor niet alleen voor een verdichting van de ritmische structuur zorgen, maar ook in harmonische zin meer diepte creëren.

Oer-bebop

Wendel’s muziek leeft van deze dubbele lustbeleving; het variëren en uitbenen van een als uitgangspunt gekozen ritme en het creëren van harmonische dubbele bodems door onvoorspelbare akkoordovergangen. En vaak vormen avontuurlijke melodische motieven een extra complicerende factor. In die zin is de aanpak van Wendel in principe oer-bebop, zonder dat hij op overgeleverd en platgetreden terrein verzeild raakt. In het stuk Unforeseeable van het album Act II uit 2016 wordt nogmaals indrukwekkend duidelijk wat een akelige verzameling talent er in dit kwartet verenigd is. Vanuit een furieus duet van saxofoon en drums komt een vijfkwartsmaat bovendrijven die in een collectief kaatsspel werkelijk tot de laatste ritmische cel wordt ontleed en binnenstebuiten gekeerd. Hierbij laat Nate Wood zien dat hij tot dezelfde drummersdivisie als pakweg Mark Giuliana, Sean Rickman en John Hollenbeck gerekend kan worden.

Fluweel

In de toegift, het aan pianist Ahmad Jamal opgedragen nummer Song Song, wordt een tandje teruggeschakeld en laat Wendel zich in de bekoorlijke melodie verleiden tot het creëren van een fluwelen toon, ook in de diepste regionen. Zo eindigt dit enerverende concert met een ‘Ben Webstertje’.


[PJ©LS2022]