SPECIAL


TON SCHERPENZEEL

Fakkeldrager van de Nederlandsche Sympho Rock

tekst: Storm Bakker (m.m.v. Robin Boer) | oktober 2021


Ton Scherpenzeel behoeft nauwelijks introductie, zeker niet op een website als deze. Altijd -en ook nu- volgt er op die woorden desalniettemin een weelderige introductie, gevolgd door een bloemrijk curriculum. En niet onterecht in dit geval. De toetsenist is al een halve eeuw de fakkeldrager van de symfonische rock in Nederland, met de band Kayak, terwijl hij als componist zijn naam kraste in de handpalm van de vaderlandse muziekgeschiedenis. Het Leidsch Dagblad beschouwt hem als “misschien wel de meest onderschatte en onopgemerkte componist in de Nederlandse populaire muziek”. [bron] Anno 2021 verrast hij vriend en vijand met twee albums: Out of this World en Velvet Armour.

ProgJazz licht de doopceel van deze illustere musicus, die zowel geschiedenis leeft als schrijft. In dit eerste deel, volgen wij de ontwikkelingen van Scherpenzeel met zijn band Kayak.


Ton Scherpenzeel foto: Constance Zwerus


DEEL 1 | Kayak History (1)

In den beginne

Wat niet iedereen weet is dat Ton Scherpenzeel (*1952, Hilversum) begon op de basgitaar, in het vriendengroepje Balderdash (1967) met drummer Pim Koopman en gitarist Fons Disch, spoedig omgedoopt in High Tide Formation, met Johan Slager op gitaar. “Dat was rond 1968”, zegt de maestro vanuit het door hittegolven en bosbranden geplaagde Griekenland, waar hij sinds enkele jaren een flink deel van het jaar verblijft met vrouwlief Irene Linders. “Toen ik voortijdig van de HAVO verdween leek het mijn ouders wel handig als ik toch maar wel een studie zou gaan doen, dat werd dus contrabas, op het Hilversums Muzieklyceum. Het was voor mij meer een manier om van school af te kunnen dan een bewuste beroepskeuze, haha.”

Carwin Gijsing

Daar op het Hilversumse Muzieklyceum (wat later het Conservatorium zou worden, waar ondergetekende jazz piano studeerde), leerde Scherpenzeel andere musici kennen, waaronder de latere jazzpianist en -arrangeur Carwin Gijsing, onze plaatsgenoot die wij goed leerden kennen in de jaren ’80 (als docent jazzpiano en -combo van de Hilversumse Muziekschool) en met wie wij tot op de dag van vandaag vriendschappelijk contact onderhouden.

“Ja, daar studeerde Carwin trombone”, herinnert Scherpenzeel zich nog. “We speelden inderdaad in wat klassieke ensembles als onderdeel van het lespakket. Samen met Carwin, Pim en Johan hebben we rond 1971 een aantal demo’s opgenomen onder de naam Ten Ride Ticket.”

Desgevraagd legt Gijsing, toevallig juist terug van een bezoek aan Johan Slager, uit waarom hij toentertijd niet bij Scherpenzeel is blijven hangen. “Ten eerste was ik in die tijd trombonist en in het concept van die muziek was niet veel plaats voor blaasinstrumenten. Overigens speelden alle bandleden op Johan na goed piano, dus daar was ook geen ruimte. Met Ton heb ik nog wel duetten gespeeld uit de renaissance periode: trombone en contrabas. Dat was leuk om te doen! Gisteren bij Johan een opname gehoord van ‘Gentle Season’ met mijzelf als zanger/pianist, Ton op basgitaar, Johan op gitaar en Pim op drums die ook de koortjes zong. Ik was stom verbaasd. Ik was het al lang vergeten!

Kayak

Het Hilversums Muzieklyceum was een fusie van de plaatselijke muzieklycea onder leiding van Gerrit de Marez Oyens, de vader van David de Marez Oyens, later de bassist van onder meer Kaz Lux en -anno nu- van Jan Akkerman. De jongemannen kregen er ook les van de eigentijdse componiste Tera de Marez Oyens en David laat ons desgevraagd weten, dat hij recent in de archieven van zijn moeder nog de grafische scores heeft opgedoken van een koorwerk, met de namen van de studenten Ton, Carwin, Lex (Bolderdijk) erboven. Scherpenzeel over die tijd: "Ik heb zelf nooit les gehad van Tera. Wel heb ik ooit als contrabassist in een amateurorkest gespeeld, tijdens een concert in de Hilversumse Zuiderkerk dat zij dirigeerde. Dat David onze namen heeft ontdekt boven een koorwerk van Tera de Marez Oyens verbaast me. Lex en ik stonden niet nu niet bepaald bekend om onze vocale kwaliteiten. Misschien betrof het een waarschuwing? Bij de deur tegenhouden?"

De school was aldus hofleverancier van de Nederlandse symfonische rock, voor ondergetekende een reden om er 20 jaar later later -toen het Conservatorium van Hilversum was geworden- auditie te doen. Het groepje, dat optrad onder de naam Alta Quies, werd in 1972 omgedoopt in Kayak. Scherpenzeel nam plaats achter de piano en ontpopte zich als aanvoerder van de band, naast zijn kompaan drummer Pim Koopman. Max Werner, die eveneens slagwerk studeerde aan het Hilversums Muzieklyceum, werd het volgende bepalende gezicht. Naast Johan Slager deed de Franse bassist Jean Michel Marion mee, maar deze werd spoedig vervangen door Cees van Leeuwen. Die speelde een Rickenbacker met een toefje fuzz, vergelijkbaar met Chris Squire van Yes, en vormde aldus een stevige tandem met Koopman.

Lyrische vocalen

Wat betreft de zangstijl werd Kayak door sommigen wel vergeleken met de opstomende broeders van de Britse progressive rock, zoals Genesis, Yes en Gentle Giant. Die hard Kayak-kenners als Robin Boer van ProgJazz, verwerpen deze al te simpele vergelijkingen. Hij wijst er fijntjes op dat bijvoorbeeld de Britse progrockformatie van Alan Parsons (1975) juist leentjebuur speelde bij de Nederlandse formatie, met zijn specifieke keuzes op het gebied van zangstijl, frasering en gitaarwerk, zoals bij het van I Robot afkomstige Some Other Time (gezongen door Peter Straker) dat eind 1976 is opgenomen. Boer wijst op Where do we go from here? van het album Starlight Dancer (1977) en roept strijdvaardig: “Alan Parsons, eat your heart out!” Hiermee geconfronteerd zegt Scherpenzeel op zijn beurt: "Mag ik er dan fijntjes op wijzen dat Alan Parsons ons eerste album See See The Sun heeft gemixed in Abbey Road?

EMI en Phonogram

Het volgende wapenfeit was een contract met platenmaatschappij EMI, met een aanjagende rol voor producer Frits Hirschland. Kayak ontwikkelde spoedig een karakteristiek en herkenbaar eigen geluid: symfonische rock met history-legendarische context, zelfgeschreven muziek die aansprekend zou blijken voor een grote schare trouwe fans. Elk jaar verscheen van Kayak een album: See the Sun (1973), Kayak (1974), Royal Bed Bouncer (1975) met Bert Veldkamp in plaats van Van Leeuwen, en The Last Encore (1976). Het laatste album werd uitgegeven bij Phonogram, dat de band in de beginjaren niet had aangedurfd. Met deze releases deed Ton Scherpenzeel een "greep naar de macht" aldus Irene Linders in Nederrockklassiekers, Kayak, 40 jaar symfonische rock (2012). Bijna alle nummers waren van zijn hand en de piano stond centraal. Het was de bedoeling om door te breken in de Verenigde Staten, maar de troebelen tussen het platenlabel en de manager staken een spaak in het wiel. Scherpenzeel licht toe: "De problemen in Amerika om daar te gaan spelen werden voornamelijk opgeworpen door de financiele consequenties, waarover Hirschland en de promotors cq platenmaatschappijen het niet eens konden worden. Gelukkig maar, anders hadden we de apparatuur nu nog niet afbetaald!" De dubbeltournee met Caravan, begonnen met drie shows in Frankrijk, stierf in schoonheid.

Pim Koopman

In 1976 besloot slagwerker Pim Koopman de band te verlaten. Hij ging verder als producer van commerciële projecten (zoals Pussycat, Maywood, Sandy Coast van Hans Vermeulen en Time Bandits) en vanaf oktober 1978 weer als drummer met de rockgroep Diesel. Deze band, met Rob Vunderink als gitarist/zanger, en verder Mark Boon (gitaar) en Frank Papendrecht (bass), zou één van de weinige Nederlandse bands zijn die de charts in de VS en Canada wisten binnen te dringen. Met Koopman verliet ook Bert Veldkamp de band. De jonge virtuozen Charles-Louis Schouten (drums) en Theo de Jong (bas) traden toe tot de Kayak-gelederen en met die bezetting verscheen het fantastische Starlight Dancer (1977).

Carwin Gijsing

Theo de Jong

Zoals gezegd traden de jonge virtuozen Charles-Louis Schouten (drums) en Theo de Jong (bas) toe tot de Kayak-gelederen. Laatstgenoemde is een bekende uit onze fusionscene, hoewel we nooit het podium deelden. We ondervragen hem over die tijd bij de band van Scherpenzeel. Hoe ze bij hem kwamen en of Kayak als het ware zijn doorbraak was? De aimabele bassist antwoordt vanaf zijn vakantieadres in Bretagne.

TdJ: “Kayak was voor mijn gevoel inderdaad een doorbraak in mijn carrière; grote zalen, PA, lichtshow, roadies, the real thing. Hoe ze precies aan mijn telefoonnummer zijn gekomen weet ik nog steeds niet, maar ik denk dat mijn naam al aardig rondging. Ik was 19 jaar. Ik had al het een en ander gedaan, zoals studiowerk met producer Clous van Mechelen, commerciële schnabbeltjes her en der, en de fusionband Funktion met onder meer drummer (!) Jurre Haanstra en gitarist Lex Bolderdijk.”

TdJ: “Ik heb ruim een jaar bij Kayak gezeten, denk tot begin ’78. Redelijk wat in Nederland gespeeld (vergeten hoeveel), nagenoeg geen buitenland. Alhoewel: ik heb met Kayak een toertje gedaan in Engeland, als voorprogramma voor de Jan Akkerman-band. Dat flopte aardig, overigens, omdat Jan zijn naamsbekendheid een beetje had overschat. Maar dat terzijde.”

Tournee met Akkerman & Lux

Het betrof een tournee van de internationaal bejubelde gitarist Jan Akkerman met Kaz Lux, Neerlands bekendste rockzanger, bekend van de band Brainbox (1969-1972), die successen vierde voordat Jan Akkerman en Pierre van der Linden overstapten naar Focus van Thijs van Leer. Lux en Akkerman waren in 1976 weer samengekomen en hadden het project Eli, een sprookje van Lux met muziek van Akkerman, tot een groot succes gemaakt. Aan het album werkte een aantal vooraanstaande artiesten mee: toetsenisten Rick van der Linden (Ekseption) en Jasper van 't Hof (Association PC, Pork Pie, Hinze), Pierre van der Linden op drums en Nippy Noya op percussie. De achtergrondvocalen werden verzorgd door Patricia Paay, Maggie MacNeal en Margriet Eshuijs. Tijdens de tournee werden het Amsterdamse Concertgebouw en het Haagse Congresgebouw platgespeeld en het was dit project waarmee in 1977 (*) Engeland werd aangedaan, met Kayak in het voorprogramma. Zoals gezegd bleek dat geen succes. “Men bleek daar minder gecharmeerd te zijn van de combinatie Akkerman/Lux”, aldus het Kaz Lux-lemma op Wikipedia. Op een ander lemma over het project Eli komt de aap uit de mouw: “Het Britse publiek wilde voornamelijk Focusnummers horen, terwijl Akkerman die juist niet wilde spelen; de concertreeks werd voortijdig afgeblazen.”

(*) Noot van de redactie: wij schreven hier per abuis 1978, maar dankzij de alertie van Akkerman archivaris, progkenner- & schrijver Wouter Bessels, weten we dat het in maart 1977 was.


Chaos

In deze chaotische periode gaf Scherpenzeel gehoor aan de verlangens van Max Werner, en zette hem op de drumkruk in plaats van Schouten. De zanger had zich altijd meer drummer gevoeld. Theo de Jong verliet daarop de band, naar verluidt uit loyaliteit met Schouten (Wikipedia), maar naar eigen zeggen vooral omdat hij zich wilde ontwikkelen in de in die tijd opkomende jazzfusion. Op de website van de band staat geschreven dat de muzikale verschillen tussen de originele en de nieuwe groepsleden onoverbrugbaar bleken. ’The Most Promising Band of the Year’ (Record World) moest weer op zoek naar een nieuwe bassist en drummer. In die lezing zou Schouten dus eerst vertrokken zijn, eer Werner de drumkruk kreeg toegewezen. Scherpenzeel, terugkijkend op die periode en gevraagd naar de vork en de steel, de hoed en de rand: "Van alles een beetje, denk ik. Er zat inderdaad voor mij destijds een lastige kloof in muzikale benadering tussen de ritmesectie en de rest van de band. Toen Schouten weg was, eiste Werner de opengevallen plaats op op straffe van vertrek uit de band. In 1978 stond er nog een serieuze tour met Kansas voor de deur, toen besloot hij niet meer te willen zingen. Theo had ik graag in de band gehouden."

We vragen Theo de Jong naar zijn reden om te stoppen.

TdJ: “Ik ben gestopt omdat ik steeds meer geïnteresseerd was in de fusionstroming die heftig begon te worden. Jaco, Cobham, Brecker Brothers, Headhunters, enzovoort, die stuurden me een andere kant op. Kayak bleek, met alle respect, toch meer een rockband te zijn dan ik in eerste instantie had gedacht. Ton, zelf oorspronkelijk een bassist, gaf me een beetje vrijheid, maar veel baslijnen stonden eigenlijk vast. Maar in I want you to be mine, heb ik nog wel voor een typisch Jaco-momentje in Kayak gezorgd, hahaha…”

Jazz

Het klopt dat Scherpenzeel altijd een broertje dood heeft gehad aan jazz en improvisatie. “Jazz is zeg maar niet echt mijn ding”, beaamt hij lachend. “Als er meer dan twee cijfers achter het akkoord staan, haak ik af…” De maestro doelt daarmee op de vele ‘toevoegingen’ die in moderne jazz aan een drieklank worden toegevoegd, om de functioneel harmonische trappen te maskeren en altereren.

Kaz Lux

Samen met Charles Schouten en de linkshandige gitarist Bas Krumperman, vormde Theo de Jong een nieuwe groep, die de basis zou vormen voor de band van Kaz Lux. Ook Peter Schön en de Belg Jean-Marie Aerts zaten in die band. We citeren uit het boek 'Rock-adel verplicht' van Lutgard Mutsaers 2017 over 'de Zanger van de Eeuw die met zijn Down Man uit 1969 in één klap het fröbelimago van de nederbeat verpulverd had'. Lux verklaart terugkijkend op die periode, dat de fusionjongens niet klikten met Aerts, die opstapte en TC Matic begon, maar ook dat zij niet gericht waren op commercieel succes. “Als ze maar konden spelen. We hebben geen platen gemaakt samen, maar wel heel goede optredens gedaan. Bas Krumperman was een fantastische gitarist. (…) Geniaal. Op een gegeven moment is hij naar Diesel gegaan. De Amerikaanse platenbaas heeft die jongens voor een astronomisch bedrag opgelicht.” Lux doelt hiermee op de handelswijze van de louche platenbaas Lloyd Segal die zich met het voorschot van 100.000 dollar van Atlantic Records en de opbrengsten van de Amerikaanse platenverkoop uit de voeten maakte. “Bas knapte af op de muziekindustrie. Hij wilde er niks meer mee te maken hebben. Dat heb ik ook gehad, maar niet zo radicaal als hij. Hij nam een kantoorbaan en speelde alleen nog als hij daar zin in had. (…) De businesskant verpest een hoop. Meestal gaat het ten koste van de muziek. Iedereen had er last van, maar de één kon er beter tegen dan de ander. Bij ons was Charles Schouten de eerste die ermee ophield.”

Theo de Jong

Theo de Jong groeide desalniettemin uit tot een van de meest veelzijdige bassgitaristen van Nederland, met een fijne sound en een melodieuze inslag, een absoluut gehoor en geheugen, werkend met de finefleur van de scene, waaronder Toots Thielemans, Rob Franken, Philip Catherine, Batida, Ekseption, Gino Vannelli, Fay Claassen, Dee Dee Bridgewater, alsook Ilse De Lange en Trijntje Oosterhuis. Samen met David de Marez Oyens (Margriet Eshuijs, Jan Akkerman) is hij de hoeder van de basgitaarwereld in de Lage Landen, docerend aan de conservatoria in Nederland en België.

Theo de Jong | Conservatorium van Amsterdam

Kayakhistory Blogspot.com

Ruthless Queen
In 1978 verscheen Scherpenzeel’s solodebuut Le Carnaval Des Animaux, een bewerking van de bekende programmamuziek-suite van de Franse componist Camille Saint-Saëns. Vervolgens leverde hij de titeltrack voor de film Night Of Doom (1978).

Kayak lag op zijn gat, tot een zekere Edward Reekers zich aandiende als nieuwe zanger. Scherpenzeel vroeg zijn broer Peter Scherpenzeel als bassist en de vrouwen van de broers, Irene Linders en Katherine Lapthorn werden de achtergrondzangeressen. “Veel van de oude fans vonden dat de groep weinig meer te maken had met de originele Kayak", aldus de website Kayak Online. Maar wat niemand verwachtte gebeurde: de single Ruthless Queen werd in 1979 een daverend succes. Het nummer van het album Phantom of the Night (dat een van de eerste commerciële producties van de toen net geopende Wisseloord Studio's in Hilversum betrof), stond 10 weken lang in de top 10 van de Top 40. De LP werd met een verkoop van 110.000 in Nederland beloond met platina. Het nummer stortte ook bij schrijver dezes het Kayakvuur in het jeugdige hart. Het prachtig gearrangeerde liefdesverdriet is volgens sommigen de beste song uit de Nederlandse popgeschiedenis. Met zijn hoge heldere stem, betoonde Reekers het diepste respect voor de integere melodie en de mesmerische tekst van Irene Linders.


With a quivering voice you spoke the word

Shadow came between us, sharp as a sword

Gone is my gladness and vanished my pride

Cause luck didn't stay on our side

Oh my ruthless queen,

You are still the treasure of my dreams

It’s the twinkle in your eyes, that took me by surprise

Oh my ruthless queen

I just can't accept our love has been


Scherpenzeel maakt van de gelegenheid gebruik om de bekende klemtoonkwestie aangaande RuthLESS Queen voor eens en altijd te ontzenuwen. "Veel mensen vinden het fout, dat begrijp ik niet. Het woord Queen viel oorspronkelijk op de eerste tel, dus gewoon: vijf achtsten achter elkaar. Dat heeft Edward Reekers een beetje uitgerekt, waardoor het woord Queen op de tweede tel is komen te zitten. Het 'less' van ruthless is misschien niet de mooiste klank om te verlengen, maar het is absoluut niet fout! Het verbaast me echt dat zelfs muzikanten van niveau er over vallen. Ik hoorde een paar jaar geleden Mike Boddé op TV bij Paul Witteman nog iets schamperen over die zogenaamd foute klemtoon."

Hij klinkt opgelucht en zegt: "Zo, dat ben ik kwijt."

Verval

Ondanks het grote succes van de single Ruthless Queen ging het naar verluidt “voor de fans van het eerste uur, met de band qua muziek evenwel niet de goede richting op..." [Wikipedia]. Live kon Kayak in deze line-up, ondanks de mooie zang van Reekers en het perfectionisme van Scherpenzeel, niet aan de hooggespannen verwachtingen voldoen. Dit blijkt onder meer uit een live uitzending voor Veronica televisie, opgenomen in Spakenburg, waar de middeleeuwse shuffle The King's Enchanter in het water van de Eem viel. Duidelijk zicht- en hoorbaar werd de band gehinderd door een winderige geluidstechniek, zoals in Nederland helaas wel vaker aan de hand is. Maar ook het drumwerk van Werner, die in doen en laten -en zelfs een beetje qua uiterlijk- opeens veranderd leek in de hard-bashing John P. Weathers van Gentle Giant, was niet van het verfijnde niveau dat de fans van Kayak gewend waren.

TS: "Dat was niet best, inderdaad," geeft Scherpenzeel ruiterlijk toe. "Het kwam inderdaad deels door een rampzalige monitorafstelling en een niet minder rampzalige eindmix."


Edward Reekers Kayak Online

Sympho Rock

Tenslotte maakte Kayak nog een album, Merlin, waarbij Scherpenzeel op het emotionele en meeslepende slotnummer Love's Aglow nog even zelf de leadvocals voor zijn rekening nam. Dit album, waarvan de helft gewijd was aan de legendarische middeleeuwse tovenaar, wordt naast Royal Bed Bouncer algemeen beschouwd als het beste werk van Kayak. Desondanks kon het in het tijdsgewricht geen financiële potten breken. Dat lag overigens niet aan Kayak, maar aan het feit dat het schip van de symfonische rock in het begin van de jaren 80 opeens op een zandbak liep. De markt veranderde, analoog en vinyl werd ingeruild voor digitaal en compact disc. De grote reuzen hielden er mee op of kozen eieren voor hun geld, lees: namen dubieuze artistieke beslissingen die de fans van zich vervreemdden. Genesis kwam met Abacab op de proppen; Queen met een disco-gerelateerd Another One Bites the Dust; ruzie en het artistiek monopolie van Jeff Lynne vormden het begin van het einde van Electric Light Orchestra. Zelfs bands als King Crimson, Yes, Gentle Giant en Magma deden hun fanatieke volgelingen veel verdriet.

Einde van Kayak 1981

De wanhopige financiële situatie die manager Hirschland voor de groep had weten te creëren, zorgde inmiddels voor een uitzichtloze situatie [aldus Kayak Online]. In 1981 kwam het, na de opname van het fake live album Eyewitness (dat eruit geperst werd om onder de Phonogramdeal uit te komen), tot een breuk. “De koek was op, metaalmoeheid, niemand had er nog zin in,” zou hij later zeggen in een interview met Volgspot. Max Werner die al sinds een paar jaar wat solopogingen had ondernomen- scoorde nu eindelijk een enorme hit met het dubieuze Rain In May (1981), dat in Duitsland en Nederland lange tijd de hitlijsten aanvoerde. Met Slager dook Werner bovendien op bij de reünie van supergroep Ekseption (Dance Macabre, 1981) met Rein van den Broek (die op Merlin te gast was) en Rick van der Linden. Ook speelde het duo mee op de solo-album The Last Forest (1981) van Edward Reekers. Pim Koopman trad weer over het voetlicht met de Nederlandse Toto-equivalent The President, een samenwerking met zanger/toetsenist Okkie Huijsdens, die wij zelf op de lagere school hadden leren kennen als de immer gezonnebrilde echtgenoot van ‘leesmoeder’ Trudy Schell Huisdens, één van de zangeressen van de succesformatie Champagne en overigens nog steeds een goede lieve kennis. Het debuutalbum By Appointment Of… leverde The President meteen een Edison op. De band werd gecompleteerd door gitarist Bas Krumperman (gitaar) en Frank Papendrecht (bas).


Wordt vervolgd...

...lees verder >>> DEEL 2 | Kayak History pt 2