Mudita

Sanne Rambags, Koen Smits, Sjoerd van Eijck

label: ZenneZ Records © 2018

tekst: Storm Bakker



Wie de plaat van Mudita in de speler stopt en er even voor gaat zitten, verzeilt onmiddellijk in een wereld van verstilde landschappen; sferen die qua klankkleur doen denken aan het hoge noorden; gebieden die sinds de jaren 70 worden ontgonnen door musici als Jan Garbarek, Bobo Stenson, Lars Danielsson, Jon Christensen, Arild Andersen, Terje Rypdal, Nils Petter Molvær, Bendik en Arve Moen Bergset. Veel van deze artiesten verschenen op het gelauwerde platenlabel ECM (Edition of Contemporary Music, opgericht in 1969) van de visionaire producer Manfred Eicher, waardoor de naam ECM niet veel anders dan een soortnaam is geworden, een genre, ook wel bekend als “the nordic sound”. De Scandinaviërs zijn meesters in de vereniging van impro met soundscapes en folklore. Zij putten uit muzikale tradities van hun voorouders, zoals het borststem-gejodel van de herderinnen uit het Noorse Telemarken, een traditie die al eeuwen van moeder op dochter wordt doorgegeven. Øyonn Groven Myhren uit Oslo is een zangeres die wereldwijd rondreist om het Oud-Noorse ‘Draumkvedet’ uit te voeren, het laatmiddeleeuwse lied uit Telemarken. Zangeressen Kirsten Bråten Berg en Agnes Buen Garnås zijn bekende exponenten van deze zangstijl, vermengd met fusion.

De oorsprong van de Scandinavische muziek gaat nog verder terug, via de middeleeuwse skalden van IJsland (1000 n C) op de gouden Gallehus-hoorns van Denemarken (500 n C), en nog verder: de bronstijd van Zweden, het tijdperk van de ‘luren’ (bronzen helicons, 2000 v C). En wie weet, werd deze toonkunst weer geïnspireerd door de keelzang van de sjamanen der rendierjagers, die met aanvang van het Holoceen de permafrost bereisden. Van de zang van deze natuurgodsdienstige tovenaars zijn sporen te herkennen in de nomadische cultuur van de Sami in het noorden, tevens in die van de Indiaanse stammen van Groenland en Canada, om over het Siberische Tuwa maar te zwijgen. De Sami, beter bekend als de Lappen, zijn qua taal verwant aan de Fins-Oegrische familie en hebben een eigenaardige vocale traditie die vanwege het heidense karakter nog tot in de jaren 50 in Noorwegen verboden was. 'Joik' is door artiesten als Ingor Ánte Áilo Gaup en Mari Boine uit de verdomhoek gehaald en met medewerking van de grote Noorse voorganger, jazzsaxofonist en boegbeeld van het ECM label, Jan Garbarek aan de wereld gepresenteerd. De Joik-elementen zijn door Sanne Rambags opgenomen in haar eclectisch idioom en komen op het album van Mudita spoedig en ruimschoots aan bod, maar eigengemaakt, nergens als imitatie. Na een korte inleiding door de zangeres, een eenvoudige mineur-melodie gedubbeld door middel van een ‘octaver’, wijdt/weidt het trio breeduit in Sanne’s compositie ‘Sami Song’.

Deze folklore kreeg Sanne niet aangereikt op het conservatorium. Rambags studeerde in Tilburg, het laatste jaar bij de creatieve Renske Taminiau, maar een studie aan het Amsterdams Conservatorium met uitzicht op interessante (Europese) vervolgstudies was wellicht meer op zijn plaats geweest. Gelukkig nam zij deel aan het NJJO en Young Metropole, waardoor zij in beeld kwam bij de toonaangevende cultuurdragers van boven de rivieren. Haar ontwikkeling dankt zij echter op de eerste plaats aan haar eigen leergierigheid, smaak en intuïtie, haar ongebreidelde streven om artistiek-creatief eigen koers te varen, om autonoom te scheppen en alles in het teken te stellen van een persoonlijk oeuvre. Op eigen initiatief studeerde zij in Zwitserland bij Susanne Abbuehl, de Zwitsers-Nederlandse zangeres/componiste die een van haar inspirerende voorbeelden is. In 2017 verscheen van Abbuehl een album dat door Aad van Nieuwkerk van VPRO/VrijeGeluiden omschreven wordt als “ingetogen muziek wars van elke vorm van gejaagdheid.” (…) “Wat erg mooi is aan deze trio-samenwerking is de vanzelfsprekende manier waarop stem, slagwerk en piano gelijkwaardige partijen zijn.” (bron VPRO/VrijeGeluiden) Hetzelfde kan gezegd worden van het trio Mudita, met trompet in plaats van slagwerk. Sanne Rambags bewondert Abbuehl, die begin dit jaar werd onderscheiden met de European Musician 2017 Award door de French Académie du Jazz, maar is zeker geen blinde navolger of imitator. Integendeel. Sanne is voor alles een vocaliste die haar eigen idioom boetseert, waarbij zij haar wordless vocals inzet als een soort ‘organic wind instrument’, zodat de luisteraar soms even meent naar een fluit, sopraansax, een EWI of analoge synthesizer te luisteren. Zij is zodoende evengoed geïnspireerd door instrumentalisten als Jan Garbarek en Eberhard Weber. Zo ontwikkelde zij haar unieke stijl, waar wel ruimte is voor eclectische truffels, maar de eigenheid altijd voorop staat.

Sanne brak inmiddels door aan de zijde van enkele uitmuntende spelers en bereist met hen de wereld. Met drummer Joost Lijbaart en gitarist Bram Stadhouders vormt zij een bijzonder trio, dat met ‘Under the Surface’ (geproduceerd door Wolfert Brederode) een album uitbracht dat veel waardering oogst bij de serieuze pers. Tussentijds beklimt zij de podia met pianisten als Martin Fondse en Jeroen van Vliet, alsmede Kika Sprangers Large Ensemble. De innemende zangeres wordt sindsdien nauwlettend gevolgd en -waar mogelijk- warm onthaald door de culturele elite. Anno 2018 staat zij bij festivals als Amersfoort Jazz, North Sea Jazz en November Music soms twee of drie keer op het programma. Kortom: Rambags’ carrière zit in de lift en dat deze lift op standje omhoog staat moge duidelijk zijn.

En alsof het niet genoeg is, treedt ze nu met haar eigen trio Mudita naar buiten, behalve Sanne bestaand uit trompettist Koen Smits en pianist Sjoerd van Eijck, voormalige klasgenoten op het Tilburgs Conservatorium (de school die na het afstuderen van deze drie talenten pardoes overleed en verderging als AMPA). Het trio tekende voor alle tien composities op het album: Koen voor twee, Sjoerd voor twee en Sanne voor vijf, gezamenlijk bovendien voor het titelstuk van de plaat. “Compositions about seeking, longing and loss with nature as the most important source of inspiration”, aldus Sanne in de linernotes. Zij schreef alle teksten van de songs, gedichten van haar hand vertaald in het engels.

Met Koen en Sjoerd deelt Sanne een voorliefde voor rust en ruimte in de muziek, melancholie en nostalgie. Grootste inspiratiebron van de Goirlese nachtegaal is evenwel de natuur. Niet voor niets heet het album ‘Listen to the sound of the forest’. Omdat in Nederland de oerwouden al lang verdwenen zijn, en ook de hoge bergen ontbreken, reist Sanne graag naar de noordelijke uithoeken van de Europese beschaving om haar hart in het ruwe Jötenheim op te halen. “On the edge of a Norwegian fjord, I felt myself being drawn into the silence and serenity of the majestic landscape. Here was the answer I had been seeking on my quest. Nature is who she is and she doesn’t need to be anything more.” De natuur van Noorwegen ademt serene rust, maar ook de sfeer van mysterie, als geheimzinnige huisvesting van alven, azen en wanen die opduiken tussen de eeuwig groene woudreuzen. De inspirerende indrukken zijn door de reizende Sanne gulzig geïnhaleerd en in haar innerlijke atelier kunstig omgevormd tot een laaglands equivalent van wat wij noemen fjørdjazz.

Koen Smits, die behalve trompettist ook recording engineer is, speelt adembenemend mooi en loepzuiver trompet, met een hartverwarmende toon omfloerst door langademige en zuchtende embouchure, aldus grossierend in monofone vergezichten. Hij gebruikt ingetogen effecten, die sluiks infaden en de trompetkleuren bijna stiekem en van binnenuit transformeren, fijntjes met boventonen verrijken om vervolgens weer in zichzelf te verzwelgen. Niet zelden zorgt hij met eindeloze galm voor een klankwereld op zichzelf, waar Sanne slechts luttele zuchtjes, zachte woordjes of smakgeluiden aan hoeft toe te voegen om de wereld af te schetsen. Koen Smits, net als de vocaliste in 2016 nog deelgenoot van het NJJO, tourt anno 2018 met het internationale 'Criss Cross Europe'-project aan de zijde van de bekende Deens-Pools-Afro-Amerikaanse slagwerkster Marilyn Mazure, bekend van Nils Petter Molvær, Niels-Henning Ørsted Pedersen, Palle Mikkelborg, Arild Andersen, Eberhard Weber, Jan Garbarek, Wayne Shorter en Miles Davis. Aan de zijde van Mazure lijkt Smits dus volledig op zijn plaats.

De derde persoon in Mudita is pianist Sjoerd van Eijck, die overwegend akkoorden speelt en hoogst zelden een single note, nooit een snelle jazzriedel of bluesy lick. Zijn akkoorden klinken warm en zuiver. Het zijn mooie, lage voicings die zonder uitzondering getuigen van bescheidenheid en deemoed. Van Eijck gebruikt eenvoud als vehikel van diepere betekenis. Zijn touché is vlekkeloos en de rust die hij zoekt in zijn spel, en voortdurend vindt, is van begin tot eind een zegen voor de luisteraar en zijn medemusici. De hele plaat wordt gedragen door de intieme lyriek van pianist Van Eijck, die wars van uiterlijk vertoon blijft en nergens naar kunstgrepen grijpt, en als zodanig de ideale toetsenist is voor het melancholisch improviserende Mudita. Van Eijck voelt en vult zijn partners feilloos aan; wanneer zij in de verte verwijlen, blijft hij dichtbij. Mudita is aldus een complementaire drie-eenheid. Dit blijkt bijvoorbeeld tijdens Sjoerd’s compositie ‘Valse Dimanche’, tijdens welke de solistisch beginnende piano gaandeweg gezelschap krijgt van Sanne (die dan weer zingt als een etherische fluit, dan weer poëtisch lispelt), op haar beurt bijgestaan door trompet, die een tweede stem toevoegt met een vocale zweem. Van Eijck, die met Sanne en Sjoerd studeerde in Tilburg, kreeg les van Jeroen van Vliet, Wolfert Brederode, Rembrandt Frerichs, Harmen Fraanje, maar ook van rietblazers Dave Liebman en Branford Marsalis, maar vaart duidelijk zijn eigen koers. Naar eigen zeggen is hij vooral beïnvloed door pianist Brad Mehldau en bassist Lars Danielsson.

Het album 'Listen to the sound of the forest' is zeer homogeen en zeer goed een paar keer achter elkaar in zijn geheel te verdragen. Sterker nog: de hartslag wordt teruggebracht tot een meditatief minimum, als betrof het geheel een vorm van Brabantse Blijde Inkomst vermengd met Viking Yoga. Het geluid van de CD is prachtig, opgenomen in de Fattoria Studio in het Duitse Osnabrück door Christ Weeda. Ook de vormgeving van het album (een stemmige digipak ontworpen door Sterk-Water met artwork van Monique van der Lint en foto’s van Suzanne Waijers) is afgemeten rustig, bijna sereen, in de stijl van de ECM-muziek zeer toepasselijk. De release-tour van Mudita gaat in september 2018 van start, beginnende in Paradox Tilburg, en voert vervolgens langs obscure speelplekken in onder meer Olst en Hilvarenbeek. Het lijkt evenwel slechts een kwestie van tijd, voordat Sanne Rambags ook met Mudita de bekende zalen en festivals van Nederland weet te betoveren. Het album ‘Listen to the sound of the forest’ verscheen in 2018 bij ZenneZ Records van John Weijers en maakt de subsidies van Provincie Noord-Brabant en Sena Performers en de crowdfunding via Voor de Kunst volledig waar. Het zou daarom niet verbazen als het volgende album van Mudita verschijnt bij ECM met lyrische linernotes van pak ‘m beet Boine, Molvær of Garbarek.


[©PJ_STAB]