CD Marit van der Lei Nextet

'In Other Words' april 2018 - eigen beheer (?)

Tekst: Storm Bakker


Het is de Nederlandse jazzliefhebbers niet ontgaan: er is een nieuwe garde jazzspelers opgestaan. Jonge artiesten, net klaar met hun conservatorium of bijna, druk met vervolstudies, linkss en rechts de podia beklimmend met de grote jongens, hoge ogen gooiend met hun eigen projecten, albums uitbrengend en prijzen in de wacht slepend. Sebastiaan van Bavel, Kika Sprangers en Sun Mi Hung zijn nu de bekendste, maar ook Ronald Koemans, Donald Simoen, Gideon Tazelaar en Ellister van der Molen timmeren aan de weg. En zo nog een paar. In het Large Ensemble van Kika treden vocalisten als Sanne Rambags, Anne Serierse en Marit van der Lei over het voetlicht. De laatste is uit Almelo, maar verhuisd naar de beschaafde wereld (Baarn), dichterbij het Conservatorium van Utrecht waar zij in 2016 cum laude afzwaaide, Een “moderne frisklinkende jazzzangeres”, aldus Fay Claassen, "Marit's mooie lange noten zijn afgewisseld met heldere vlotte dictie en ritmes, poëtische woorden en verhaallijnen". En van deze Marit haar verscheen april dit jaar de debuut-cd ‘In Other Words’.

Dit album lag vorige week opeens op de mat. De foto op de voorzijde is intrigerend en prachtig artistiek, betoverend. Een nymf in blije extase, met de wind in het Saksische haar. Wel ringen, geen nagellak. Een zwarte trui, geen wit hemd of blote schouders. Hier wordt iets inhoudelijks aangeboden. Het album heet ‘In Other Words’ en bevat zeven tracks, waarvan zes door Marit geschreven. Helaas geven de linernotes geen uitsluitsel wie welk instrument bespeelt. Echte jazzkenners zullen wel weten welk instrument Ruben Drenth en Marre de Graaff Tim Verhukst en Roel Hazendonk bespelen; en zo'n beetje iedere liefhebber in Nederland is nu wel gewend aan de naam Kika Sprangers. Ach, een search op ‘t internet doet wonderen of zoals in ons geval, een bijgevoegd A4tje waarop ook de linernotes van Fay Claasen staan geprint. Het is overigens op zijn tijd best spannend met een album in het ongewisse te worden geworpen. Prikkelend, als een productie vragen oproept. Maar dan alleen als daar bewust voor gekozen is door de artiest, die de luisteraar zodoende uitnodigt om zo lang mogelijk onbevangen en nieuwsgierig te blijven. In dit geval is dat niet aan de hand. De binnenzijde van het booklet is saai grijs en typografisch slordig vormgegeven. Bij het eerste nummer staat een verkeerde tekst onder de titel. En dus zal de overige tekst gewoon vergeten zijn, per ongeluk en in zekere haast uit het ontwerp weggelaten.

De eerste track 'Flora' valt met de deur in huis. Het tekent de eigenwijze attitude die deze jonge garde eigen is, de luisteraar als zodanig te overvallen. De zang bestaat inderdaad lange noten, zuiver en ijl, unisono met de trompet, en in stijl van de huidige modern creative tijdgeest: tekstloos, werkend met klankkleuren als een instrument. De eerste solo op de plaat laat Marit aan de trompettist. De muziek is lyrisch en goeddeels akoestisch, zeg maar semi-akoestisch, want bas en gitaar zijn electrisch. De tweede track ‘When It Falls’ begint met een vocale impro, gevolgd door een ballad met klassieke elementen, dat vanuit een treffend thema overgaat in vlekkeloze solo’s over de vorm. Marit zingt met een vleugje fjordenjazz zuiver en ijzig kleurrijk, in haar ongetwijfeld rijke arsenaal (in aanleg), soms wat zoekend naar haar ideale tone of voice. De eindvamp van ‘When It Falls’ is Spaansaardig met ad libs van zang en sax, maar echte Iberische furie laat ze achterwege. Dat is niet per se een degradatie, Integendeel. Het kan heel mooi zijn als een ijskonijn naar de evenaar verhuist. Marit gaat nog verder. Track 3 heeft caribische elementen. Het is een ritmisch patroon over 20 tellen, (6+6+6+2). De blazers spelen echter 5 x 4. De zang is wederom tekstloos, unisono met trompet, eerst in 5 dan in 6. Na een trompetsolo, een basssolo in 5. Al deze ritmiek laat zich van enige afstand geenszins als ingewikkeld ervaren. Het klinkt lekker en organisch, zeker voor wie het caribische waardeert. De drums en percussie spelen jazz; het electrische baswerk over de hele plaat is fusion-georiënteerd. ritmisch, mooi gefraseerd, in de traditie van Pastorius, Hasslip, Johnson, Kennedy: popperdepop en intervalletjes en akoordjes, al dan niet op de extra snaar.

Track 4 is een jazzballad, karakteristiek voor een standard uit het American Songbook lekker melodramatisch getiteld ‘I Wish I Knew’. De titel klinkt als afgeroepen door een doorleefde trompettist, ergens op een doorleefd podum in een doorleefde jazzkroeg. Het is geschreven door de jonge Marit. Het is het eerste stuk waarbij zij woorden zingt. De tekst is Engels en van haar hand. Het is een eigenaardig nummer, met typische crooner elementen maar dan welhaast ironisch gemaakt door vocale reuzensprongen, schakeringen van onbevattelijk grote intervallen. Benieuwd wat een Sinatra daarvan had gemaakt, een doorleefd podiumdier, een man die kan zingen alsof hij praat. Wie de blazers arrangeerde vermeldt de cover niet. Track 5 en 6 zijn smaakvolle stukken met romantische titels. 'Return to You' is het eerste nummer op de plaat waar Marit haar ziel blootlegt. Gewoon door te zingen, intens te zingen. Ja, haar beste performance is haar solo in 'Return to You'.

De trillingsgraad wordt instrumentaal vastgehouden in het volgende ‘So Lovable’. Marit schuwt de bizarre melodieën niet en knipoogt vervolgens met een citaatje olijk naar een bekend nummer. Maar dit nummer bevat meer: halverwege neemt de innovatieve toetsenist Roel Hazendonk zijn ruimte, met een synthpad en pianosolo. Het inspireerde de studio-engineer kennelijk om er een bak galm over uit te storten, zij het niet dan weer niet lekker brutaal op de voorgrond. De hele plaat klinkt overigens verder als een klok. Verantwoordelijke is Michel Drenthen, die van opnemen meer verstand heeft dan van vormgeving. Hij blijkt namelijk voor beide zaken verantwoordelijk. De linernotes van Fay Claassen ontbreken, evanals overige credits, evenals -zoals gezegd- informatie over welke instrumenten de spelers bespelen. Zelfs wie de fotograaf is van de intrigerende foto op de voorzijde. Die is prachtig artistiek, betoverend. Vergeleken met de foto op de achterzijde, ruwweg verminkt met lettertjes, maar ook met plaatjes op internet, is de zangeres nauwelijks herkenbaar.

De musici waarmee Marit zich omringt, zijn stuk voor stuk technisch onderlegde, behendige spelers, die ook opduiken in de scene van Kika Sprangers, de saxofoniste die zelf acte de precence geeft in Marit van der Lei Nextet. Elke speler laat zich van zijn beste kant zien, met verzorgd en uitgebalanceerd spel, foutloos en beheerst. Vooral bassist Marre de Graaff blijkt over de hele plaat aanwezig met subliem en accuraat basspel in de volleerde fusionstijl. Niet toevallig steeds als tweede genoemd in de line up. Maar de liefhebber van dwarse klanken, dissonanten of obstinate drumfills zal tevergeefs de plaat afluisteren. Het avontuur zit ‘m in de composities zelf, op een bekend werk van Michel Le Grand na, allemaal van de hand van Marit, en deze werkjes zijn zeker vernuftig, maar van begin tot eind ingetogen en sferisch-impressionistisch van aard en met een zekere mentale compressie op de plaat gezet. Met de juiste ondersteuning gaan we nog veel horen van deze musica (Marit speelt ook viool), die duidelijk meer is dan zomaar weer een zangeres.


[PJ–©STAB].