Estafest & Sanne Rambags

TivoliVredenburg Club Nine, Utrecht

Teskt: Storm Bakker

Beeld: Jelmer de Haas

Estafest & Sanne Rambags

TivoliVredenburg Club Nine, Utrecht

Teskt: Storm Bakker

Beeld: Jelmer de Haas

“In 2019 bestaat Estafest 10 jaar. Hoog tijd voor een feestje!” Aldus de aankondiging van optredens in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Nijmegen. De vier eigenzinnige musici Jeroen van Vliet, Anton Goudsmit, Oene van Geel en Mete Erker worden erkend als de meest baanbrekende, avontuurlijke en virtuoze improvisators van Nederland. Estafest heeft een ongewone kamermuziek bezetting van viool, gitaar, piano en sax, vaak uitgebreid met cajon. Ook de wijze van aflossende improvisaties, elkaar voortdurend het stokje doorgevend, is alles behalve alledaags. De heren doorbreken bovendien de gebruikelijke ernst van het genre met groteske humor. Zo wordt de aankondiging op internet vervormd tot “In 2109 bestaat Estafest 100 jaar” en voorzien van hilarische aging-booth portretten.

We begeven ons naar Club Nine, de bijna onbereikbare bovenzaal in het TivoliVredenburg labyrint, een biotoop vol doodlopers, versperde trappen en verboden liften, ontworpen door Thijs Asselbergs om claustrofoben te pesten. Eenmaal bijgekomen van de beklimming van de 1e categorie, spreken wij kort voor het optreden even met gitarist Anton Goudsmit. Hij staat aan de bar, enigszins ongeduldig wachtend op zijn bestelling en doet vriendelijk alsof hij ons herkent. We vragen hem naar de gast van vanavond, Sanne Rambags, de jonge vocaliste die anno 2019 doorbreekt aan alle kanten. “Alles zit erop en aan”, aldus Goudsmit, “en ze heeft zich goed voorbereid, ook de ingewikkelde melodieën heeft zij onder de knie. Het is voor haar natuurlijk wel spannend, want wij improviseren al jaren samen. Het komt erop aan dat ze op het moment suprème de juiste beslissingen neemt.” Het zal voor de mannen toch ook even wennen zijn, zo'n uncommon nightingale in hun nest? Hij knikt. Het kwartje valt. Onze compositie 'Matter of Time' schiet in zijn herinnering. "Met die waanzinnige pyramide structuur!” Hij lacht dat de stukken van Van Geel nóg complexer zijn, "vooral TC2 met allemaal oneven maatsoorten. Een immense uitdaging voor de band, ook voor Sanne. Als het daadwerkelijk lukt geeft dat grote voldoening en opluchting. Ook voor het publiek,” grijst hij terwijl hij wegloopt, zijn handen vol witte wijntjes, kennelijk om de gelederen in de kleedkamer een beetje te ontspannen.

Estafest

Na een voorzichtig begin (maar zo zit het stuk 'Polderlucht' van Van Geel nu eenmaal in elkaar), ontvouwt zich een prachtig concert met stukken van Van Geel, Van Vliet en Goudsmit. Mete Erker toont met name in het stuk ‘Frankie’ van Goudsmit, dat een weelderige mélange is van traditionele jazzstijlen en -tradities, dat hij is uitgegroeid tot een van de meest avontuurlijke rietblazers van zijn tijd. Hij kan zuchten als Konitz, ideaal voor chamber jazz, maar waar nodig ook zijn sax een pak slaag geven. Pianist Jeroen van Vliet speelt altijd integer, maar schittert nu eens met een jazzy single note solo in het stuk ‘De Hamer’ van Van Geel, waarmee hij lekker tegen de bonkende grooves van Goudsmit opbokst. Andersom zorgt Van Vliet op zijn beurt voor glansrijk ritmisch fundament, zodat Goudsmit (die in Estafest vooral subtiel en (semi-)akoestisch speelt) eindelijk even zijn distortion mag aantrappen en zijn lendenen luchten. Oene van Geel lijkt, hoewel kneitertje nuchter, in een voortdurende staat van absolute inspiratie te verkeren. Altijd en overal paraat, hetzij op viool, hetzij op cajon, om de muzen te dienen. Vlak voor de pauze wordt het hart van de luisteraar door hem liefkozend gemasseerd met ‘Bayachrimae’, gecomponeerd in de geest van renaissance-componist John Dowland, met zijn uitgestrekte harmonische modulaties. Het gekke is, dat de vier voortdurend lukraak door elkaar heen lijken te spelen, terwijl dat eigenlijk juist niet aan de hand is.

Estafest is al 10 jaar een feest voor de democratie. Bij wijze van spreken, want er valt gelukkig geen woord politiek. Het leuke van Estafest is dat alle bandleden componeren en vrijelijk soleren, maar ook de aankondigingen om beurten voor hun rekening nemen. Van Vliet en Van Geel doen dat rustig en serieus. We krijgen meegedeeld dat de ruimte gortdroog is, zodat het aftasten is in samenwerking met de technische dienst. Goudsmit is daarentegen de man van de buitenissige grollen, vluchtige kwinkslagen die niet altijd opgepikt werden door de bedaarden die Club Nine bereikt hebben. Saxofonist Erker had de meeste lachers op zijn hand, met zijn ontboezeming dat Sanne Rambags bij de repetitie verteld had dat zij als klein kind al helemaal weg was van Estafest. “Toen voelde ik mij opeens heel oud”.




Sanne Rambags

Daar staat zij dan, na de pauze, glunderend tussen haar helden, hupsend van het ene been op het andere, haar gebruikelijke discours en vocabulaire in paraatheid brengend.  Als altijd begint zij met het geluid van een koele voorjaarsbries. Vervolgens lispelt zij als een nymf van de dageraad, om uiteindelijk te evoceren als een Babylonische sybilla.. Er is meer, zo lijkt zij te willen zeggen, onder het oppervlak van mysterieuze, ijle schoonheid. Als Rambags de microfoon naar de mond brengt, moet je je ogen dichtdoen. Dan worden de rariteitenkabinetten van Freud en Jung omgeduwd. Dan blijkt zij gepijnigd als de personages van haar idool schilder Edvar Munch, dwalend op het randje van psychose, in een wereld van duisternis, zonder levende natuur. Dan lijkt zij op een dronken Russin, die in een delirium is blijven hangen, scheldend tegen het licht in de wereld, ijsberend en passief agressief kreunend en gorgelend. Dan gilt zij als in een Hagens punk opera. Zware kost voor zo’n ranke veganiste, maar Sanne zet alle aanwezigen met speels gemak op het verkeerde been. Een van haar stukken heet Sybilla. Dus toch een Babylonische profetes? Nee, het is de naam van een kevertje, familie van de boktor, een diertje dat zo'n mooi schildje heeft. Alzo wordt zij weer het beminnelijke meisje, verwijlend op de koude heide. Je wil haar naroepen, dat ze een sjaal om moet doen. Maar weg is zij alweer.

pièce de résistance

Maar dan de finale, de compositie TC2, het ‘pièce de résistance’ van Estafest. Het stuk is door Oene van Geel gebaseerd op de polymetrische berekeningen van toetsenist Tony Roe. Terwijl Van Geel het uitlegt en voorzingt in de takadimi stijl, zet Van Vliet het nummer in. Dat krijgt de handen op elkaar in Club Nine. Er zijn weinig vocalisten buiten India te vinden, die het soort metrische capriolen beheersen waarvan Van Geel en Estafest zich bedienen; laat staan dat er zangers zijn die dit soort situaties überhaupt interessant vinden of aandurven om te verwerken in hun performance. Vocaliste Sanne is eerlijk, wanneer zij (na afloop) zegt dat dergelijke karnatische problemen niet haar forte zijn, maar ze is er wel voor gegaan. “Ik mocht een paar stukken kiezen uit het Estafest repertorie. Ik koos voor deze stukken vanwege de typische Estafest energie, maar toen ik de partituren zag schrok ik wel even. Mijn vriend, die drummer is, heeft gisteravond de indeling nog eens uitgelegd.” Rambags komt er goed mee weg, door de thematiek unisono met de saxofoon lekker vrij over de complexe ritmiek heen te laten vliegen. Dat is dus zo'n goede beslissing, waar Goudsmit het over had. Het geeft de muziek extra levendig cachet en wat dat betreft mag Sanne van ons nog veel vaker aanschuiven bij Estafest.


[PJ©STAB]