Amice en scene #1

Stormvogel doet een boekje open over zijn speelkameraden

Foto: Joïa Vosje (FireFox)

Het gelukkige toeval wil, dat hij en ik samen opgroeiden aan de rand van het zogeheten ‘Hogebomenbos’ in Baarn, daar waar in de 18de eeuw de oprijlaan van het landhuis Groenenveld gelegen was. We speelden al met elkaar in de zandbak van Cecilia’s Kleuterhoek, toen met hele andere instrumenten, en wat later ‘soldaatje’ in de buurt, met gemeenschappelijke vriendjes. Hij ging naar het Baarnsch Lyceum, waar hij met de kroonprins in de klas kwam en naar verluidt werd uitgenodigd op de BBQ van koningin Beatrix. Ik ging naar een andere school, maar we zagen elkaar vaak na schooltijd, om te voetballen (wat hij overigens niet kon) en ook op zijn initiatief kattekwaad in de buurt uit te halen (wat hij overigens erg goed kon). Ik herinner me een decembermaand dat hij in de voortuin van een villa een kunstwerk opblies met strijkers, juist toen de politie gillend de hoek om draaide. We hebben ons toen verscholen achter wat kreupelhout tussen de kroppen sla.

Hij was toen al een ongemeen muzikaal jongmens, met een romantische inborst. Soms wenste hij dat de oorlog zou uitbreken, puur om aan de alledaagse gewoonheid van het bestaan een einde te maken. Als hij verliefd werd, verloor hij zijn hart, maar ook zijn hoofd; hij verkoos dan liefde boven de broederschap. Wanneer het tot verkering kwam, verbrandde hij liefst alle schepen achter zich om zich terug te trekken in het liefdesnest. Maar Hilversumse meisjes zijn uiterst ontrouw van aard, en zij sleurden mij mee in hun eerloze werkelijkheid, juist toen hij in Duitsland gelegerd was als Dragon Schutter. Genegeerd verbrak ik de verbinding. Min of meer toevallig kwamen wij daarna ook op het Hilversums Conservatorium in dezelfde klas. Bij het theoretisch toelatingsexamen hadden wij beiden meer dan 95% gescoord en de docent, Ab Schaap, was zichtbaar in zijn nopjes met twee van die studiebollen aangaande stemvoering, toonladders en systemen.

Terwijl ik allengskens afweek van het pad en werkte aan mijn romans, wijdde hij zich met ziel en zaligheid aan zijn studie. Vanuit zijn zelfgebouwde oefenstudio klonken elke dag tot in de kleine uurtjes saxofoonriedels, achter elkaar door, in alle toonsoorten en in verschillende tempi en registers. Als het dan eindelijk stil werd, en dat was diep in de nacht, dan wist je dat hij zich nog even wijdde aan muziektheorie en solfeige. Hij verdiepte zich in de soli van Charlie Parker en Michael Brecker, die hij volgens een “horizontale opvatting” uitploos, in de scores onder elk akkoord de uitgenutte toonladders schrijvend. En als ik bij hem langsging, op zijn zolderkamer, liet hij zijn transcripties van de jazzmasters zien die hij gemaakt had. Gaandeweg werd ik een adept van de modale Coltrane (na 1959) en sacrale jazzrock, RTF, Mahavishnu en Magma, terwijl hij juist de Blue Train tijd adoreerde, maar ook Yusef Lateef en Cannonball Adderley. Zijn levende voorbeeld was Ferdinand Povel en regelmatig troonde hij mij mee naar Hilversum en Laren, om de man in levende lijve te aanschouwen en luidkeels aan te moedigen.

Het was begin jaren 90 een gouden generatie die van de conservatoria rolde: Benjamin Herman, Yuri Honing, Jasper Blom, Sjoerd Dijkhuizen, en de meeste van deze talentvolle rietblazers strikten hun stropdas om op te treden in de jazzscene. Maar realistisch als hij toen was, verkoos hij eieren voor zijn geld: een volle agenda in de pop & theatermuziek in plaats van een armetierig jazzbestaan in het cultuurarme kikkerlandje. Dus speelde hij in de band van P.J. de Bel bij TV- programma ‘Karel’ en trad hij even later toe tot de band van Karin Bloemen, waar hij jarenlang de theaters mee bespeelde. In 1997 werd hij vast bandlid van Candy Dulfer’s Funky Stuff, waarmee hij vervolgens jarenlang over de wereld tourde en met tientallen concerten in binnen- en buitenland, een schat aan ervaring opdeed. Tegelijk deed hij tournees met Ten Sharp. Wat opmerkelijk was, was dat hij ‘s zondags trouw naar de kerk ging en vaak met mijn vader opliep naar het RK godshuis, waar ik zelf als gesjeesde paganist verre van bleef.

Ik was al na twee weken van het conservatorium verwijderd en romanschrijver geworden. Pianospelen deed ik alleen nog onbezoldigd met Semmy Prinsen in Jazzclub Artishock. Ik ontwikkelde mij in de jaren 90 als componist en deed jaarlijks mysteriespelen waarbij ik folklore, geschiedenis en kunstdisciplines verbond, terwijl mijn vriend zich tezelfdertijd ontwikkelde tot een van de meest gezochte tenoristen van de Nederlandse pop- en theaterwereld. Hij speelde met Candy, maar zijn naam prijkte ook op de rol van Trijntje en Vrienden van Amstel en zo meer. Daarin zit het grote verschil, tussen ons, dat hij heel goed is in het uitvoeren van andermans muziek onder andermans leiding, terwijl ik welbeschouwd alleen mijn eigen muziek kan spelen onder mijn eigen leiding.

Nevens popmuziek bleef hij actief in jazz, met name aan de fusionzijde van het spectrum. Met zijn kameraad Dave van Beek en de broeders Busstra vormde hij medio jaren 90 de fusionband 'Second Vision' waarmee hij drie albums maakte, waarvan het laatste verrijkt werd met Grammy Award winnares Dianne Reeves en de wereldberoemde vibrafonist en oprichter van Steps Ahead, Mike Mainieri. Met Dianne Reeves trad hij op tijdens het 'North Sea Jazz festival' in 2003. Mike Mainieri voegde zich voor een Europese tournee (2003) bij de band. Met name Mainieri was altijd een lichtend voorbeeld voor ons geweest en touren met zo’n gigant was natuurlijk een vervulling van een jongensdroom; alle betrokkenen verheugden zich in het feit dat onze aimabale vriend op de drempel stond van een internationale doorbraak. En dat had hij verdiend, dat was loon naar werken! Dag in dag uit had hij geoefend, theorie bestudeerd en techniek ontwikkeld, bijna on-nederlands bezeten, zoals Amerikanen gewend zijn: frantic nurturing talent. En nu stond hij daar naast de geniale Mainieri te schitteren.

Maar opeens stapte hij uit de Candy Dulfer band en stopte hij met dat leven on the road. Het zal ergens in 2003 zijn geweest, toen hij de kost begon te verdienen als grafisch vormgever. Voor velen een onbegrijpelijk besluit, maar onder aan de streep zijn en blijven de beweegredenen van een man zijn persoonlijke intuïtie, derhalve privédomein. Wat er vermoedelijk wel mee te maken zal hebben gehad, was dat hij inmiddels een wolk van een dochter had gekregen en de moeder uit de VS naar Europa had laten overkomen. Zij hield van Jezus en was van de Baptist Church en op haar uitnodiging kwam ik, notoire syncretist, voor het eerst sinds lange tijd weer eens bij mijn vriend over de vloer, een wederzien dat de vriendschap meteen deed oplaaien. We woonden verdomme (nog steeds en weer) vlak bij elkaar! Hij inspireerde mij om weer jazzpiano te spelen, en voor ik het wist deden we een gig in het pannenkoekenhuis van een vriendin van mij, gevolgd door een periodiek hofje in een restaurant dat in die tijd geopend werd. Het leidde tot een paar jaar spraakmakende jazzconcerten in de regio, waarvoor ik de promotie deed en waarmee we zelfs nationale exposure bereikten. Een leuke periode, waarover we op straat en in de kroeg nog lang erna zouden worden aangesproken. We vormden ook een fusionkwartet met Marco van Os en Dave van Beek, eigen werk maar ook stukken van Steps Ahead. Ik troonde hem mee naar jazzrock ensemble Wildcard van Onno Witte; andersom bracht hij mij in contact met saxofonist Leo Janssen (Metropole), in wiens groep ik later werd opgenomen. Hij ging in 2005 weer aan de haal met Second Vison en ik herinner me een fantastisch concert van de band in Paradox Tilburg, waarbij ik Mike Mainieri de hand mocht schudden.

En passant “bemiddelde” ik bij zijn nieuwe verkering, want de Amerikaanse was van hem gescheiden en terugverhuisd naar de States. Als vanouds verloor hij zijn hart, maar ook zijn hoofd en trok hij zich terug in zijn nieuwe liefdesnest. Hij liet de organisatie van Jazz op Zondag meer en meer aan mij. Ik begon met speciale gastsolisten uit te nodigen, waarbij de finefleur van de Nederlandse Jazz aan de Eem verscheen: Lucas van Merwijk, Tineke Postma, Ben van den Dungen, Bart Wirtz, Loet van der Lee, Joost Kroon, Leo Janssen, Jeroen Pek, Wiro Mahieu, en vele toppers meer, ook de legendarische saxofonist Tony Vos, die af en aan mijn schoonvader was. Natuurlijk ook zangeressen als Vera Westera, Gaby Kaihatu, SaraLee Vos, Anne Chris, Eline Gemers, Saskia Groenenberg enzovoort. Elke zondag zat Cees Schrama vooraan, ook andere bekende kopstukken als Rindert Meier, Hans Mantel en die baas van Wakker waren er gezien. Het gevaar is dan dat je als artiest bij het meubilair gaat horen en tot diep in de nacht aan de bar blijft hangen. Aldus geschiedde. Ik klikte nogal met de vrouw van de baas, zodat de boel op gespannen voet belandde. Tegelijk probeerden concullega’s -zoals zo vaak- de vaste gig van mij af te troggelen. Een optreden van Eef Albers en Onno Witte maakte definitief een eind aan de concertreeks. Bij 35˚C in de schaduw sloegen de stoppen door; het personeel zakte door de hoeven, de bassist moest halverwege afhaken wegens bloedvingers, met Witte moest ik achteraf namens de musici nog een drankrekening van € 300,- aftikken.

In die tijd ging ik verder met Festival de Muzen, waarbij ik mijn rietblazende vriend nog uitnodigde deel te nemen aan mijn odd meter jazzbarock project, samen met Thijs van Otterloo en David de Marez Oyens (twee heren voor wie ik ook al opgetreden had als onbezoldigd datingbureau). Ook de volgende edities speelden we samen tijdens Festival de Muzen, onder de noemer 'Jazz aan de Amer'. Maar het samen de podia beklimmen werd steeds minder, en uiteindelijk tot een minimum beperkt. Ik vond mijn weg naar de organisatie van Amersfoort Jazz festival en werd de pianist van het Alexander Beets kwartet in de Observant. In 2008 tourde ik met Lucas van Merwijk en Theodossii Spassov, Wieke Garcia, Jeroen Pek, Onno Witte en David de Marez Oyens, en in de volgende jaren deelde ik het podium met artiesten als Tommy Smith, Roman Stolyar en Niladri Kumar. Wat hij verder in die tijd zoal deed, ontging mij een beetje. Hij bleek gevraagd als gastsolist bij het Metropole Orkest (Bevrijdingsdagconcert 2007), maar ook bij rockband Kane. Het zal rond die tijd zijn geweest dat hij -met dezelfde consciëntieuze aanpak als altijd- zijn lespraktijk op poten heeft gezet. In 2011 zag ik hem opeens op televisie, aan de zijde van Rik Mol in Vrije Geluiden.

Inmiddels had hij nog twee zoons op de aarde gezet, die hij -geweldige vader als hij is- op jonge leeftijd solo’s van Michael Brecker liet meezingen. Met deze jongens kwam mijn dochter op school, sterker nog: in de bollebozenklas. En dus zagen wij, levenslange kameraden, elkaar weer op bijna dagelijkse basis bij de zandbak op het schoolplein; en net als vroeger werden en passant de zoetste vruchten van muziektheoretische studie weer uitgewisseld. Hij bleek zich in al die jaren ‘achter de schermen’ verder ontwikkeld te hebben op dat gebied, wederom met zijn consciëntieuze opvatting- tot een ware grootmeester op het gebied van jazztheorie, met een immens archief van uitgewerkte studie- en lesmaterialen, partituren en transcripties; ik besefte dat de cirkel inderdaad rond was, toen hij vertelde dat hij bij Ab Schaap op de koffie ging en door hem was uitgenodigd om college te geven op conservatoria in den lande. Als vanzelf kwam er weer samenwerking tot stand. We speelden met een gelegenheidsformatie op de Brink. Met vocaliste Gaby Kaihatu, drummer Dave van Beek en bassist Marco van Os vormden we een smooth jazz club genaamd 'High Society Jazz'. We raakten betrokken bij De Nieuwe Muziekschool in Baarn, toevallig gevestigd in hetzelfde schoolgebouw. In 2017 kwamen we samen voor A Tribute to Coltrane in Artishock, waarbij hij met name de stijl van Coltrane tot 1959 vertolkte, terwijl Semmy Prinsen en Leo Janssen de modale en freejazz periode voor hun rekening namen. Laatst stuurde hij een foto waarop hij poseerde met de legendarische drummer Gerry Brown.

Met deze voorkennis togen wij op 4 november j.l. (2018) naar Artishock Soest, voor de presentatie van zijn nieuwe fusiongroep ‘Sticky Wicked’, die hij bleek te hebben opgericht met gitarist Marnix Busstra, zijn ouwe makker van Second Vision. De overige bandleden zijn ook niet de minsten: Steven Hupkens (keys), Peter van Breukelen (bass) en Remco van der Sluys (drums), zonder uitzondering goede spelers met wie je gezien mag worden. De band werd op kenmerkende wijze aangekondigd door jazzgoeroe Cees Schrama, die ook gevraagd werd een anekdote op te dissen uit de Nick Vollebregt annalen. Het werd het verhaal van de narrige Tony Williams, die Schrama verboden had de nummers aan te kondigen in verband met de afdracht van muziekrechten. Die middag ontpopte Sticky Wicked zich tot een gesmeerd kwintet, dat zich als een vis in het water voelt met composities van Steps Ahead, Mike Mainieri en Michael Brecker, maar ook klassiekers van Miles Davis en Jaco pastorius en wat eigen werk. Alle nummers werden bekroond met uitgekiende soli, vooral van onze rietblazer. In het repertoire zelfs een compositie gebaseerd op zijn muziektheoretische vergelijking van Wagner en Coltrane, maar opgetuigd als een smaakvolle fusiongroove. Tijdens zijn aankondiging slaakten wij al luide kreten. Het was een gemoedelijke sfeer in Artishock, waarbij zelfs ondergetekende -achterin de zaal toeschouwend met een biertje- vanaf het podium met loftuitingen werd overladen en applaus ontving, terwijl dat toch eigenlijk andersom moest zijn. Na elke solo bliezen wij de op de vingers en mijn dochter joelde dat het een aard had.

Maar toen gebeurde het, in een ballad ‘Self Portrait’ van Mainieri, kort voor de pauze... Onze vriend speelde een langdurige hoge noot, zuiver als altijd, maar dermate gemeend en onversneden non-vibrato, dat de rillingen over onze rug en armen liepen. Een moment van schijnbare eeuwigheid, op ijle hoogte, trok onze hele vriendschap als een filmische geschiedenis aan het geestesoog voorbij. De zandbak van Cecilia’s Kleuterhoek, het Hogebomenbos, het kreupelhout, “was het maar oorlog”, verkering en dragongeschut, het conservatorium, Povel en Schaap, Jazz aan de Amer, Liberales en John Coltrane. Onderhavige tekst is een weerslag van dit moment van schijnbare eeuwigheid, op ijle hoogte. Voorwaar, het leest als een In Memoriam, met de zinnen in verleden tijd, maar voltooid is het allemaal allerminst. Ik kan niet wachten tot mijn verjaardagsgig binnenkort, waaraan hij beloofd heeft mee te doen en waarvoor hij een goed betaald optreden heeft afgezegd. Dankjewel Peter Lieberom, een beter cadeau kan je mij niet geven!


Stormvogel